Zoeken in deze blog

maandag 22 december 2025

GL-PvdA: op naar een democratische ledenpartij!

De vér doorgeschoten individualisering, een (bij?)product van het neoliberalisme, is ook GroenLinks-PvdA een doorn in het oog. Althans, als je het concept-beginselprogramma raadpleegt. ‘Collectieve problemen werden steeds minder collectief opgelost. Het individu kwam op de voorgrond te staan.’  En ‘technologie bracht veel mogelijkheden voor zelfexpressie en het leggen van nieuwe verbindingen, maar het versterkte ook nog meer de nadruk op het individu.’ Het verkiezingsprogramma staat bol van maatregelen die de collectieve aanpak van problemen centraal stelt in plaats van individuele. Democratie-van-onderop, vormgegeven door collectieven, is een ander belangrijk punt voor de fusiepartij.

Echter, als het om de organisatie van de fusiepartij GL-PvdA gaat, voert individualisering de boventoon en is elke collectieve benadering uitgesloten. Althans, als je de concept-statuten en het concept-reglement bekijkt die onlangs zijn gepubliceerd, en waar leden tot 4 januari op kunnen reageren.


Zo speelt de lokale afdeling als plek waar leden bij elkaar komen om elkaar te ontmoeten en te discussiëren geen enkele rol waar het gaat om landelijk belangrijke zaken, zoals het verkiezingsprogramma, het beginselprogram of belangrijke beslissingen die kamerfracties, eurofractie of partijbestuur moeten nemen. De informatievoorziening is top-down gehuld in PR-jargon. Een discussieplatform of ledenblad wordt niet voorgesteld. Er worden wel netwerken op politieke thema’s ingesteld, maar die hebben geen enkele status.

Laagdrempelig disussiëren

Met John Hontelez heb ik gebrainstormd over veranderingen die in het inspraakproces kunnen worden voorgesteld om de fusiepartij een democratische ledenpartij te laten zijn. De essentie van onze voorstellen is te promoten dat leden weer gestimuleerd worden om met name op afdelingsniveau laagdrempelig te discussiëren over de koers en het optreden van de partij. Nu gaat in feite bijna alles via de computer, individueel. En die discussies zouden dan ook relevant moeten zijn voor hoe de partij wordt (bij)gestuurd. Daarmee motiveer je leden om naar afdelingsvergaderingen te gaan, ook al zijn ze wat minder geïnteresseerd in de details van lokale politiek, maar meer in de grote vragen.

Elk lid kan via de website tot en met 4 januari 2026 wijzigingsvoorstellen doen of commentaar leveren op de concept-statuten en het concept-reglement. Hieronder wat suggesties.

Ledenparlement

Voorgesteld wordt om een geloot ledenberaad (art. 22 Statuten, art. 19 reglementen ) in te stellen dat door het partijbestuur ten minste eens per jaar wordt ingezet. Deze top-down benadering is natuurlijk heel iets anders dan een ledenparlement of een partijraad die de PvdA en GroenLinks in het verleden hadden.

Zo’n ledenparlement bewaakt tussen de congressen door in essentie of de besluiten van de congressen worden uitgevoerd en geeft het partijbestuur en de landelijke en Euro-fracties advies over actuele kwesties. Belangrijk daarbij is dat de leden van zo’n ledenparlement een achterban hebben. Bijvoorbeeld één vertegenwoordiger per afdeling, maar dat zouden er dan wel zo’n tweehonderd zijn, en dat is weer erg groot. Maar is dat onmogelijk? Als het vier keer per jaar bij elkaar komt? Andere ideeën zijn ook welkom. Zoals bijv. vijf leden per provincie.

Netwerken

Er worden netwerken voorgesteld in de nieuwe statuten (art. 33). “Netwerken zijn samenwerkingsverbanden die actief zijn rond een politiek thema, een onderwerp waarin zij deskundig zijn en/of op basis van aspecten van hun identiteit, zoals gedeelde achtergrond, ervaring of positie in de samenleving.” Het partijbestuur beslist welke netwerken er zijn en hoe ze (mogen) werken. John Hontelez is lid van het milieunetwerk, en vindt dat een onbevredigende situatie. Het is beter de netwerken om te vormen naar commissies, met een structuur, een budget en ook een adviserende rol naar het congres en de landelijke en eurofracties, en het recht om amendementen in te dienen op het landelijke verkiezingsprogramma. Commissies kunnen voorafgegaan worden door initiatiefgroepen. Als ze eenmaal door het congres (i.p.v. het partijbestuur) zijn erkend, hebben ze een mandaat en middelen.


Direct contact tussen leden faciliteren

Vier jaar geleden hebben Joost Lagendijk, Gied ten Berge en wij (John en Leo) een discussie op gang gebracht over het standpunt van de TK-fractie over vaccineren in coronatijd. We moesten 150 handtekeningen hebben om een partijdiscussie aan te vragen. Dat was niet simpel, want hoe bereik je leden? Daarom dit voorstel: elk lid wordt gevraagd of zijn/haar email adres opgenomen mag worden in een platform waar leden initiatieven kunnen voorstellen. Leden kunnen dan reageren en met die leden wordt dan een discussiegroep gevormd. Het platform zelf mag niet voor die discussie gebruikt worden (om ondersneeuwen met e-mails te voorkomen) maar er mag nog wel een keer een resultaat gepresenteerd worden. Elk lid kan op elk moment beslissen om zich uit te schrijven of (weer) in te schrijven in dat platform. Het platform wordt beperkt gemodereerd om misbruik te voorkomen. Wat misbruik is moet natuurlijk nader gedefinieerd worden.

Referendum

Art. 15 van de statuten stelt leden in de gelegenheid om een referendum aan te vragen, maar 10% van het ledenbestand moet dat steunen. Dat zijn dus in het huidige geval van ca. 100.000 leden (dubbel leden niet meegeteld) 10.000 leden!  Dat is een hele hoge drempel en zal in de praktijk alleen maar tot stand komen als de partij zo’n beetje op ontploffen staat. Die drempel moet dus omlaag, bijv. naar 1%.  Als er een goed functionerend ledenparlement komt is deze vorm van corrigeren wellicht niet meer zo belangrijk. Als zo’n ledenparlement er NIET komt, zou er toch ook een mogelijkheid moeten zijn om partijdiscussies aan te vragen, wat minder ver gaat dan een referendum. Bij Groenlinks is de limiet 150 leden. Als zo’n platform als hierboven bestaat mag die limiet best wat omhoog, bijvoorbeeld tot 500 leden.

Afdelingen weer relevant maken

De meeste mensen worden lid vanwege de landelijke politiek. Vroeger ging je dan naar de lokale afdeling om (ook) over het landelijk beleid van de partij te praten. Dat heeft nu geen zin, de link tussen het lokale niveau en het landelijke is doorgesneden, deelname aan landelijke debatten is geïndividualiseerd en vindt grotendeels achter je computerscherm plaats. Afdelingen moeten weer relevant worden en het recht krijgen om amendementen en moties in te dienen op het landelijke congres. Een bescheiden drempel kan ingebouwd worden, bijv. als twee andere afdelingen mede-ondersteunen. Leden van een afdeling die naar een congres gaan moeten dan ook het recht krijgen namens die afdeling te spreken.

Ledenblad

 Onderlinge informatie, beschrijving van succesvolle partij-initiatieven, ledenbinding en discussie verdienen een ledenblad. Dat krijgt meer aandacht in de huiskamer van de leden dan een eventuele digitale informatievoorziening, die bovendien, zoals nu, propagandistisch eenrichtingsverkeer is. Zo’n ledenblad heeft een redactie met een redactiestatuut dat onafhankelijkheid van het partijbestuur en de landelijke en eurofracties garandeert.

Kortom, op naar een democratische ledenpartij!

 

 

maandag 15 december 2025

GroenLinks en PvdA op weg naar één ideologisch (t)huis?

Het fusieproces van GroenLinks en PvdA draaft onverdroten voort. Slechte verkiezingsuitslag. Verdere daling in de peilingen. Een doods partijleven. Geen sprankelende initiatieven. Voor wat het waard is: de laatste twee berichten op de Facebookpagina (6100 volgers!!) dateren van 4 december en 12 november.

Maar niet wanhopen! Er is een nieuwe mijlpaal bereikt, zo is in de email te lezen die de ruim 100.000 leden onlangs van beide partijvoorzitters ontvingen. Volgens hen ‘zijn we zijn klaar voor de volgende stap. We hebben alles in huis om het verschil te maken.’ En presenteren zij ‘met trots de basis voor de nieuwe partij: het beginselprogramma, de statuten en het huishoudelijk reglement.’


Samen vooruit

Aan dat beginselprogramma heb ik al eerder een blog gewijd. Afgelopen zaterdag (13 december) was er een bijeenkomst in Utrecht over dat beginselprogramma. Althans, niet over de (concept)tekst die nu is gepubliceerd, maar over tien ‘ideeën voor de nieuwe rood-groene beweging’ die gepubliceerd zijn in het boek Samen Vooruit. In het voorjaar werd er een essaywedstrijd uitgeschreven door de wetenschappelijke bureaus van GroenLinks en PvdA, en de tien winnende essays zijn in dit boek gebundeld. De tien winnaars waren uitgenodigd op de bijeenkomst om hun ideeën verder toe te lichten en deden dat met verve. Vanuit zeer verschillende invalshoeken werden zeer verfrissende, vernieuwende en radicale zienswijzen gelanceerd.

Het gaat te ver om hier een overzicht te geven van al die bijdragen. Het boek(je), 96 blz., is voor €7,50 verkrijgbaar bij de boekhandel en bij uitgeverij Van Gennep (zie link hierboven).

Financieel kapitalisme

Maar enkele opmerkelijk zaken wil ik er wel uitlichten. Allereerst het toch wel veelbetekenende feit dat de samenstellers van het beginselprogramma weinig tot praktisch niets hebben gedaan met de geleverde ideeën, zo bleek uit de woorden van de tien essayisten.

Zo waren er pleidooien om in het beginselprogramma de grote problemen van deze tijd én de oplossingen die links daarvoor heeft véél radicaler te omschrijven. En als fusiepartij te werken aan draagvlak voor die oplossingen door een verbinding te zoeken tussen de twee benaderingen die PvdA en GroenLinks zouden karakteriseren. Namelijk dat de PvdA meer gericht is op directe belangenbehartiging en GroenLinks het grotere, toekomstgerichte perspectief zou belichamen.

Een andere bijdrage bekritiseerde het gemis in het beginselprogramma van de analyse van het financiële kapitalisme dat langzaam maar zeker dominant is geworden: het scheppen van geld en financiële producten door particuliere banken, waar geen enkele materiële basis (grond, gebouwen, machines, grondstoffen) aan ten grondslag ligt. De macht van deze financiële instellingen lijkt onbegrensd bediend te worden door overheden en stevig gelieerd aan Big Tech. Denk alleen maar aan de miljarden die in de ontwikkeling van AI worden geïnvesteerd.

Een ander essay sloot aan bij de ideeën van de Franse sociaal Jean Jaurès (1859-1914), die gezien werd als een wegbereider van een meer verenigd links in Frankrijk en de partij niet alleen zag als een voertuig om aan verkiezingen deel te nemen, maar vooral ook om buiten het parlement mensen te organiseren op hun gerechtvaardigde belangen. Zo zou links in de huidige tijd de verbinding tussen economisch links en cultureel rechts, de reuzebubbel waarin een groot deel van het electoraat zich in bevindt, tot stand kunnen brengen.

Andere bijdragen richten zich o.a. op ecosocialisme als leidend beginsel, het buurtgericht werken als middel om de kloof te dichten en het scheppen van de voorwaarden om mensen met een beperking de regie over hun eigen leven te geven. Ook de marxistische analyse van Big Tech moet als zeer verfrissend worden genoemd.


Eén ideologisch huis?

 Opvallend was nog de peiling die aan het begin van de bijeenkomst plaatsvond. Gevraagd werd door de dagvoorzitter wie zich kon vinden in het onlangs gepubliceerde concept van het beginselprogramma. Van de ca. tachtig aanwezigen staken vijf mensen hun hand op. Gedurende de gedachtewisseling over de tien essays werd me duidelijk dat er onder de aanwezigen behoorlijk wat kritiek was op het beginselprogramma en het gebrek aan ledendemocratie.

Deze bijeenkomst heeft me geleerd dat er iets fundamenteels schort aan het beginselprogramma. Het is immers geen programma voor een nieuwe partij, maar van twee partijen met een eigen geschiedenis, van elkaar verschillende ledenbestanden en tradities dan wel beginselen. Het is dan logisch om eerst deze politieke wortels van beide partijen te beschrijven en te onderzoeken waar ze overeenkomen en waar ze verschillen. En om van daaruit de beginselen voor de fusiepartij te formuleren. Op deze manier krijgt dat nieuwe document ook een scholingsfunctie voor de vele nieuwe en jonge leden. Want dat nieuwe beginselprogramma heeft uitsluitend een interne partijfunctie: de leden van twee verschillende partijen één ideologisch (t)huis bieden.

Taai, saai maar wel belangrijk

Beginselprogramma, statuten en reglement van de fusiepartij-zonder-naam zijn gepubliceerd op internet en hier is ook de mogelijkheid om daar op te reageren voor 4 januari 2026. Als gemeenteraadslid (in Bussum en Amsterdam) werd ik altijd pissig als B. en W. weer eens een inspraakronde hield in de zomervakantie of in de periode rond kerstmis en nieuwjaar…

In het volgende blog reageer ik op de statuten en het reglement van de fusiepartij-zonder-naam. Taai, saai, maar wel van belang als je tenminste een democratische ledenpartij wilt.


vrijdag 31 oktober 2025

De verkiezingsuitslag is voor Gl-PvdA rampzalig. Wat gedachten op een rij gezet.

De keuze voor Timmermans was in 2023 al problematisch, en met het bekende gezegde over de ezel en de steen in gedachte, had dit niet herhaald mogen worden. Zeker, hij had dit jaar een scherper, oppositioneler optreden in de TV-debatten dan in 2023. Toen was hij alleen maar bezig om Omtzigt het hof te maken. Nu zocht hij meer de confrontatie met de VVD en af en toe CDA en D66. Maar daarmee kon hij niet zijn lage waarderingscijfers repareren. Telkenmale werd hij daarmee geconfronteerd en zijn verweer dat links nu eenmaal in het rechtse verdomhoekje zit, was weinig overtuigend. Juist een groot aantal kiezers in het midden, én de twijfelaars moesten naar links worden getrokken; ook onder die groepen genoot hij weinig aanzien. Zelfs onder GroenLinks kiezers scoorde Jetten hoger als premier-kandidaat.

Tiktok Jetten

Jetten was de gamechanger. 20% van de D66 stemmers, stemde in 2023 op GL-PvdA! Dat zijn zo’n 5 zetels. Jetten was in veel de frisse, tiktokkerige tegenpool van Timmermans. Maar hij was vooral ook de anti-Wilders. Veel meer dan Timmermans. Niet zozeer op inhoud, maar vooral in het behendig inspelen op de breed levende gevoelens dat Wilders met zijn geschamper en haatpreken het politieke klimaat heeft verpest. Hopelijk gaat kiezersonderzoek duidelijkheid scheppen over de vraag of dit zoveel GL-PvdA kiezers deze overstap hebben doen maken.

Complimenten voor Wilders

Overigens zag ik met ergernis in de TV-debatten dat Wilders steeds werd ingewreven dat hij een wegloper was en er een puinhoop van had gemaakt. Met daarbij Faber als dankbaar kop van jut. Ook Timmermans deed daar aan mee. Waarom niet eens duidelijk stellen dat we Wilders dankbaar moeten zijn -en hem dus een compliment geven - dat hij er een puinhoop van heeft gemaakt? Het zou toch een ramp zijn als zijn racistische politiek wél was uitgevoerd?

 Fusiepartij een doodlopende weg?

Was de uitslag beter geweest als PvdA en GL apart aan de verkiezingen hadden deelgenomen? Oftewel: is de fusiepartij een doodlopende weg? Mijn bezwaren tegen de fusie heb ik al vaak in mijn blog naar voren gebracht. Zoals het gevaar dat het negatieve imago van de PvdA (om het scherp te stellen: een compromissen partij van Haagse plucheplakkers die hun traditionele achterban heeft verraden) op de fusiepartij gaat plakken. Eerlijk gezegd: met het overlopen van veel GL-PvdA-stemmers naar D66, lijkt dat negatieve image geen rol gespeeld te hebben. Een ander gevaar dat ik zag: de fusie zal linkse kiezers ertoe bewegen naar de SP of de Partij voor de Dieren over te stappen. Ook dat effect is niet opgetreden. Integendeel: de SP heeft twee zetels verloren. En de Partij voor de Dieren is gelijk gebleven. Een derde argument tegen de fusie is nog steeds valide: PvdA en GroenLinks hebben verschillende politieke identiteiten, geschiedenissen en electorale potenties. Ontevreden PvdA-kiezers kunnen dan GroenLinks uitwijken, zoals in het verleden ook is gebeurd. Of andersom. Nu doen ze dat naar D66. Een keuzepalet aan linkse partijen, die wel in bij verkiezingen een samenwerking aangaan met het oog op een gezamenlijke machtsvorming, sluit beter aan bij de diversiteit van het linkse en progressieve electoraat. En ook bij kiezers die in het midden zweven.

Links verliest overal?

Een verklaring, die veel wordt gehoord: links verliest overal in Europa terrein en extreem-rechts rukt op. Dat is te simpel. Dat extreem-rechts in een aantal landen (Duitsland, Italië, Frankrijk, Groot-Brittannië, Hongarije, Slowakije, Tsjechië, Roemenië, Nederland)  groeit, cq sterk is, is zonder meer waar, al heeft elk land zijn eigen verhaal. En dat geldt ook voor links. Om enkele voorbeelden te noemen: in Spanje, Denemarken, Groot-Brittannië, Polen, Noorwegen en Frankrijk zijn (centrum)linkse partijen bij jongste verkiezingen de grootste gebleken. En Ierland heeft vorige week nog een socialiste als president gekozen.

Vaak wordt daar de historische ontwikkeling bijgehaald: de val van de muur zou de ontideologisering van links en daarmee het verval bespoedigd hebben en sinds ‘nine eleven’ kwam de multiculturele samenleving, een ‘stokpaardje’ van links, steeds meer ter discussie staan.

Onderstaande grafiek toont een ander verhaal. In 1998, 2006 en 2012 behaalde ‘links’ (PvdA, GroenLinks en SP; Partij voor de Dieren, DENK en Volt laat ik even buiten beschouwing) uitstekende resultaten: resp. 61, 65 en 57 zetels. Dus na het val van de muur (1989) en nine eleven (2001). Die goede resultaten werden behaald met aansprekende lijsttrekkers, zoals Paul Rosenmöller, Wouter Bos, Jan Marijnissen, Diederik Samsom en Jesse Klaver.

Na 2012 is er sprake van verval. Dat komt vooral op het conto van de PvdA die van 38 zetels in 2012 naar 9 zetels duikelde in 2017 en 2021. De samenwerking met de VVD in Rutte II, de afsplitsing van DENK, de bloedige strijd tussen Samsom en Asscher en de weinig aansprekende lijsstrekkers in 2017 (Asscher) en 2021 (Ploumen) verklaren veel voor die neergang.

Uit de grafiek valt nog iets anders op: als het goed gaat met links gaat het slecht met D66. En andersom. Hoewel D66 zich in toenemende mate afficheert als middenpartij, denken de kiezers daar duidelijk anders over.

 Hoe nu verder?

Om electorale redenen zou het verstandig zijn om vol in de oppositie te gaan, onder leiding van een fractievoorzitter die deze oppositierol volledig uitbuit. Zoals de geschiedenis aantoont zal de aanhang van D66, die de partij van hun keuze in een coalitie zien stappen met VVD en JA21, dan smelten als sneeuw voor de zon en voor een groot deel terugvloeien naar links. Omdat de fusie echter vooral is aangejaagd met het argument dat links weer in de regering moet, zal het streven ongetwijfeld gericht zijn om de linkervleugel te zijn van een coalitie in het brede midden. Dat is ook voor D66 van levensbelang, om zo de leegloop naar links bij volgende verkiezingen te voorkomen. Met een VVD die campagne heeft gevoerd met een anti-GL-PvdA sentiment wordt het spannend of zo’n breed middenkabinet er komt. Het vertrek van Timmermans kan voor de VVD een ontsnapping zijn uit het door Yezilgös geïnitieerde, valse cordon sanitaire tegen links.

Dan de fusie. Ad Melkert bepleitte een dag na de verkiezingen bij Pauw en De Wit een pauze in het organisatorische proces dat naar de fusie moet leiden. Een pauze die benut moet worden voor een grondige evaluatie en zelfonderzoek van het dramatische verkiezingsresultaat. Nu is er een forse onderste bureaula te vullen, met name door de PvdA, met evaluaties van verkiezingen. Maar deze specifieke omstandigheden, nl. de voorgenomen fusie, vragen daar wel om. Maar het is tegen dovemensoren gezegd. De gemeenteraadsverkiezingen komen er aan, en in praktisch alle gemeenten (uitgezonderd o.a. Amsterdam, Groningen en Nijmegen) nemen GroenLinks en PvdA met één gezamenlijke lijst deel. Vanuit ‘de basis’ zal er weinig animo bestaan om nu aan de fusie te tornen. En dat geldt ook voor de partijtop. Daags na de verkiezingen ontvingen de 120.000 leden een e-mail brief met peptalk van beide partijvoorzitters: ‘Aanstaande maandag kiest de fractie een nieuwe fractievoorzitter, en zetten we samen de volgende stappen. Want we bouwen door aan onze groeiende beweging. Sinds gisteravond zijn er weer honderden nieuwe leden bij. Dat stemt ons optimistisch voor de komende tijd. Samen gaan we aan de slag voor een geweldig resultaat bij de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar.’

Maoïst Melkert

Melkert bepleitte nog iets anders. Hij leunde op de aanpak van de Noorse sociaaldemocraten, die er in slaagden om na 8 jaar conservatief beleid, in 2021 de verkiezingen te winnen en een minderheidsregering te vormen met een midden-boerenpartij. Die aanpak behelst: voer keukentafelgesprekken en begrijp daardoor wat de behoeften van ‘gewone’ mensen zijn en ga daarmee als linkse partij aan de slag. Dat Melkert zich als Maoïst ontpopt, werd door niemand aan die kletstafel herkend. De massalijn van Mao was immers het evangelie van partijen als de SP. Uit het befaamde Rode Boekje van Mao, strofe 161: ‘Wie zich met de massa wil verbinden moet de behoeften en wensen van de massa volgen. Alle werk ten behoeve van de massa moet uitgaan van de behoeften van de massa, en mag niet uitgaan van particuliere verlangens, hoe goed ook bedoeld.’ Ik schrijf hier nu wat ironisch over, maar in de tijd dat ik in het villadorp Bussum, waar Melkert ook nog enige tijd heeft gewoond, fractieleider was van de PSP (tussen 1978 en 1987) hebben wij die massalijn concreet ingevuld. Simpel gezegd: oppikken in buurten wat leeft, dat samen met de bewoners politiek vertalen en stelselmatig terug rapporteren aan bewoners wat de resultaten zijn. Dat leidde tot de volgende resultaten bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1978 (7,8%), 1982 (14,9%) en 1986 (19,2%).

De vraag is natuurlijk hoe dat op nationaal niveau te organiseren. Dat vereist iets wat onmogelijk lijkt: een organisatie en discipline van die 120.000 leden die als een leger uitzwermen om die keukentafels aan de praat te krijgen. En de hamvraag is natuurlijk: wat te doen met ‘particuliere verlangens’ die niet stroken met partij-opvattingen?

Zoiets dus...

Hoe zeer ik het ook anders zou willen: de fusie lijkt een gelopen race. Deelname aan een door de D66 gewenste coalitie is zeer risico-vol. Het leveren van bewindslieden die inhoudelijk én communicatief ijzersterk zijn, is dan een vereiste. Sociale media, je komt er niet onderuit, zullen permanent gebruikt moeten worden met een neusje voor de nieuwste trends. Een Tweede Kamerfractie die zichtbaar functioneert in samenwerking met buitenparlementaire bewegingen en met herkenbare beleidsvoorstellen komt. Eigen communicatiekanalen ontwikkelen om kiezers te bereiken. Werken aan het eigenaarschap op sociaal-economisch gebied. Een betere, pakkende, liefst permanente campagne. Zoiets dus…

 

dinsdag 28 oktober 2025

STRATEGISCH STEMMEN!!!

Strategisch stemmen heb ik altijd een vloek gevonden. Hoe vaak werd dat argument in het verleden niet gebruikt: maak de PvdA de grootste, en stem dus niet met je hart (op de PSP en later GroenLinks), maar met je verstand. Sodemieter op, was dan mijn reactie. Stemmen doe je op de partij die jou het meest met haar standpunten aanspreekt. En meestal was dat de partij waar ik ook nog lid van was! (Alleen ten tijde van de liberaal Halsema heb ik wel eens SP gestemd…) Bovendien: hoe groter de partijen links van de PvdA werden, hoe meer de PvdA bij de linkse les kon worden gehouden. En als laatste krachtige argument tegen dat strategisch stemmen. De PvdA kiest toch altijd voor samenwerking met partijen als VVD en CDA, en levert daarbij meteen haar linkse standpunten in. Alleen een linkse regering, zo was -en is- altijd mijn standpunt geweest, zet zoden aan de dijk. En daarvoor moet je dus niet op de PvdA stemmen, maar juist op een partij links daarvan.


en ik nu veranderd, of zijn de tijden veranderd? PvdA en GroenLinks fuseren. Een linkse meerderheid is in geen velden of wegen te bekennen. En verreweg de grootste verandering met de decennia hiervoor: de opkomst van xenofobe, racistische en zelfs fascistische partijen. Wilders moet absoluut niet de grootste worden. Maar CDA, VVD of D66 ook niet. De stemwijzer helpt mee: GroenLinks-PvdA staat met 75% bij mij nipt op de eerste plaats. Dus inhoud én strategie vallen deze keer samen. Nu nog op de meest linkse kandidaat van GroenLinks-PvdA stemmen…

donderdag 2 oktober 2025

Een links verhaal: hoe Klaver van zijn geloof viel en Timmermans gekroond wilde worden

Deze maand verscheen 'Een links verhaal' dat met name voor fusiepartijgangers interessant is. Parlementair journalist Coen van de Ven volgde het fusieproces van GroenLinks en PvdA vanaf het moment dat in 2021 nauwere samenwerking tussen beide partijen groeide. Hij schreef daar een aantal artikelen over in de Groene Amsterdammer, dat de grondstof vormt voor ‘Een links verhaal, hoe GroenLinks en de PvdA ondanks alles één werden’.

Klaver valt van zijn geloof

‘Het linkse verhaal’ van Coen van de Ven is in hoge mate een journalistiek boek dat in twintig hoofdstukken, die veelal aan sleutelfiguren zijn opgehangen, de weg beschrijft die het fusieproces heeft afgelegd, soms strompelend. We lezen hoe Jesse Klaver van zijn geloof valt dat hij van GroenLinks de grootste partij van het land kan maken waardoor hij in het Torentje zou belanden. We lezen hoe zijn PvdA-collega fractievoorzitters (achtereenvolgens Lilianne Ploumen en Attje Kuiken) aanhaken bij zijn nieuw verworven inzicht dat nauwe samenwerking tussen beide partijen nodig is om links in Nederland sterker te maken. De beide partijvoorzitters, Katinka Eikelenboom (GroenLinks) en Esther-Mirjam Sent (PvdA) bewegen in dat hele fusie proces mee, en dringen  soms aan op versnelling (Eikelenboom) dan wel vertraging (Sent). Rode draad in dat hele proces, en dat wordt goed beschreven, is dat de PvdA’ers zich veel bewuster zijn van de noodzaak om de hele partij mee te nemen, en dat de democratische structuur van de PvdA daartoe ook dwingt.  Dat steekt schril af bij de manier waarop de partijtop van GroenLinks de leden erbij betrekt. Dat gebeurde nauwelijks.

Klaver

Timmermans wilde gekroond worden 

De weerstand tegen het fusieproces was in beide Tweede Kamerfracties aanwezig, zij het bij een enkeling. Bij de PvdA ontstond RoodVooruit, de groep rond Ad Melkert en Gerdi Verbeet. Bij GroenLinks, zo wil het linkse verhaal, waren gemeenteraadsfracties in enkele grote steden (Nijmegen, Amsterdam) kritisch. Maar veel invloed heeft dit ‘verzet’ niet gehad. Zeker ook omdat Van de Ven in de wandelgangen noteerde dat vanuit de partijtoppen er rekening mee werd gehouden dat van beide vleugels (rechtse sociaaldemocraten en pacifistische c.q. socialistische GroenLinksers) mensen als lid zouden bedanken, waar men niet rouwig om zou zijn. Veel aandacht besteedt Van de Ven aan de rol van de groep RoodGroen, die vanaf het begin heeft ingezet op de fusie en op belangrijke momenten blijkbaar een beslissend steuntje heeft gegeven, met name bij de PvdA, om het fusieproces in gang te houden.

Treffend wordt beschreven hoe Frans Timmermans lijsttrekker werd. Hij was niet bereid om in het strijdperk te stappen met andere kandidaten, maar wilde ‘gekroond’ worden. Toen duidelijk werd dat Klaver voor de PvdA onbespreekbaar was als lijsttrekker, dwong GroenLinks de PvdA om uit hun twee kandidaten (Timmermans en de Amsterdamse wethouder Moorman) te kiezen. Het werd dus Timmermans.

Moorman

Inhoudelijke analyse ontbreekt

De makke van ‘Een links verhaal’ is dat elke inhoudelijke analyse ontbreekt. Hier en daar wordt wel aangestipt dat in het nabije verleden de PvdA als bestuurderspartij, deel uitmakend van de regering, tot afgrijzen van oppositiepartij GroenLinks allerlei rechts beleid omarmde. Wat leidde tot de electorale neergang van de PvdA. Wat zijn de risico’s dat dit weer gaat gebeuren in de fusiepartij? Op welke onderwerpen is dit gevaar aanwezig? Welke beleidsvoorstellen moeten herkenbaar in een coalitieakkoord terecht komen? Ook andere voor een fusiepartij belangrijke zaken komen niet aan de orde. Zoals: wat voor partijorganisatie komt er? Een democratische ledenpartij of een van bovenaf gestuurde kiesvereniging? Wat is de electorale strategie? Is het streven gericht op bredere linkse samenwerking? Enzovoorts. In de meer dan 200 uur aan interview bandjes die Coen van de Ven met sleutelfiguren had uit te werken voor zijn boek werden dit soort vragen blijkbaar niet gesteld. Of schatte hij de antwoorden niet publicabel. En dat is in beide gevallen jammer.

Het ontbreken van dit soort toch belangrijke zaken komt er wellicht mede door dat Van de Ven geen enkele aandacht geeft aan twee groepen die wel degelijk van zich hebben laten horen tijdens het fusieproces: LinksBoven en De partij is van ons. Beide groepen bestaan uit GroenLinks- en PvdA-leden. LinksBoven, dat succesvol was op de laatste twee congressen met aan aantal amendementen en moties, beoogt de fusiepartij zoveel mogelijk naar links te trekken. De partij is van ons kiest volgens haar manifest voor een democratische, actieve ledenpartij die geworteld is in de samenleving.

De in 1989 gekozen Tweede Kamerfractie van GroenLinks. 
Staand v.l.n.r.: Wilbert Willems, Paul Rosenmöller en Ina Brouwer.
Zittend: Ria Beckers, Andrée van Es en Peter Lankhorst.

Fusie GroenLinks

Al lezend moest ik af en toe terugdenken aan het fusieproces in 1989 toen GroenLinks tot stand kwam. In dat proces was ik vanaf het begintot het eind betrokken vanuit en namens de PSP. Ook dat proces moest versneld worden, omdat het kabinet tussentijds kwam te vallen. Een versneller was, net als nu, een referendum dat in dit geval in de PSP plaatsvond om te onderhandelen met CPN en PPR. Maar tot dat referendum werd, anders dan nu, door het PSP-congres besloten. Een overeenkomst is weer dat, net als blijkt uit ‘Een links verhaal’, de sleutelfiguren lang volhielden voor hun achterban dat fusie niet het doel was, terwijl ze dat wel degelijk van plan waren. Een groot verschil is weer dat de toenmalige Tweede Kamer fracties (PPR en PSP, samen slechts 3 mensen) niet rechtstreeks bij het fusieproces waren betrokken. Ik hield Andrée van Es, die er positief in stond, wel op de hoogte, maar zij nam niet deel aan welke onderhandeling dan ook. Beide PPR- kamerleden (Ria Beckers en Peter Lankhorst) waren tegen de fusie, en kregen daarin hun partijbestuur mee, maar konden de fusie uiteindelijk niet verhinderen door ingrijpen van de PPR-partijraad. Een overeenkomst is weer dat er druk van buiten de Kamerfracties nodig was om de fusie voor elkaar te krijgen. Nu was dat volgens Van de Ven RoodGroen, in 1989 was dat het groepje partijleden, waar ik deel van uitmaakte, dat bekend stond als FC Sittardia, de toenmalige woonplaats van Europarlementariër Nel van Dijk.

En last but not least: het belangrijkste verschil is de inhoud cq het perspectief van de fusie. In 1989 (SP, Partij voor de Dieren en DENK waren nog niet vertegenwoordigd in het parlement) was de expliciete bedoeling van de fusiepartij GroenLinks om het linkse alternatief voor de PvdA te worden. In 2025 wordt er met de PvdA gefuseerd om als centrum-linkse partij regeringsmacht te verwerven, terwijl links van de fusiepartij de alternatieven zich handenwringend aandienen. 

Hoe het ook zij, de fusie van GroenLinks en PvdA lijkt onomkeerbaar. Of dit links Nederland vooruit helpt moet nog blijken. De eerste test is op 22 oktober.

 

dinsdag 23 september 2025

Beginselen ter discussie van de fusiepartij Groenlinks-PvdA

Afgelopen zondag was er een bijeenkomst van LinksBoven, een netwerk van GroenLinksers en PvdA’ers die, zoals de naam al doet vermoeden, zich op de linkervleugel van de fusiepartij positioneren. Het is een enthousiaste, gedreven club, die op het laatste congres in juni behoorlijk succesvol was met een aantal ingediende (en aangenomen) moties, o.a. over een scherpere veroordeling van en verdergaan sancties tegen de genocidale politiek van Israël. LinksBoven heeft op het concept-verkiezingsprogramma eveneens een groot aantal wijzigingsvoorstellen ingediend. Dat verkiezingsprogram wordt a.s. zaterdag 27 september op het GroenLinks-PvdA congres in Rotterdam vastgesteld. Op dit moment ontbreekt overzicht welke wijzigingen zijn overgenomen door de partijbesturen en welke in stemming komen.

Tijd voor solidariteit

Op de LinksBoven bijenkomst werd ook gediscussieerd over het enige tijd geleden gepubliceerde Tijd voor solidariteit, een eerste voorzet voor een beginselprogramma van de fusiepartij, opgesteld door medewerkers van de wetenschappelijke bureaus van beide partijen. Volgens het voorwoord is deze ‘voorzet’ niet in afzondering op een zolderkamer geschreven, maar het resultaat van een uitgebreide consultatieronde ‘met leden en kiezers, politici en vrijwilligers, activisten en deskundigen’. Een grappige opsomming, want je kunt zo ongeveer alles tegelijk zijn. Of kunnen activisten niet deskundig zijn? Het stuk wordt nog ‘doorontwikkeld’, opmerkingen zijn welkom en de LinksBoven bijeenkomst was een goede aanleiding voor mij om het stuk (eindelijk) eens te gaan lezen. 

Beginselprogramma?

Op de bijeenkomst waren twee medewerkers van de wetenschappelijke bureaus aanwezig, Arjan Reurink en Hans Rodenburg, die benadrukten dat het beginselprogramma de functie had om de diverse opvattingen en stromingen in de fusiepartij te verwoorden, waarbij het noodzakelijk was om regelmatig compromissen te formuleren om iedereen binnenboord te houden. Ik begreep uit hun woorden dat vooral het voor deze gelegenheid willekeurig gelote ledenpanel van 100 mensen compromissen nodig maakten.

Hoewel vanuit fusie-overwegingen dit te begrijpen is, kun je je afvragen of de vlag van ‘beginselprogramma’ in dit geval wel de juiste is. Als beginselen compromisteksten zijn, hoe moet het dan gaan met de vervolgstappen die logischerwijs uit die beginselen voorvloeien: een verkiezingsprogramma en daarna, wellicht nog relevanter in dit mediageile tijdperk, de door imago gedicteerde beleidsdaden van politici van GroenLinks-PvdA?

Wetenschappelijke ambities

Dat de volgorde nu is omgekeerd, eerst wordt een verkiezingsprogramma vastgesteld en daarna een beginselprogramma, is ongelukkig, maar onoverkomelijk, gezien de val van het naar het fascisme hellende, extreem-rechtse kabinet Schoof. Maar beter dan een ledenpanel van 100 mensen te volgen, is het om de stemmingen over moties en wijzigingsvoorstellen als input te nemen in het vervolgtraject. De wetenschappelijke bureaus zouden vervolgens hun wetenschappelijke ambities in dat vervolgtraject een grotere plaats moeten geven. Of het nu Thomas Piketty is, of Mariana Mazzucato, om slechts twee voorbeelden te geven: er zijn zoveel studies de laatste jaren verschenen die spijkerhard het parasitaire van het moderne kapitalisme aantonen en voorstellen doen dat radicaal te veranderen.

Een eerlijke economie

Dat brengt mij tot één van de twee fundamentele kritiekpunten die ik op dit concept-beginselprogramma heb. De eerste makke is dat er geen coherente kritiek op het kapitalisme wordt geleverd. De opeenhoping van kapitaal, de macht van multinationals, de door aandeelhouders gedreven winstmaximalisatie, gevoed door uitbuiting van mens en natuur: op verschillende plekken wordt hier wel iets over gezegd. Maar de analyse dat in het kapitalisme de werkenden de waarde scheppen, die vervolgens door aandeelhouders, bankiers en CEO’s in hun zakken wordt gestoken, ontbreekt. De analyse dat de strijd tussen de waardenscheppers en de waardenrovers, ook wel klassenstrijd genoemd, vele vormen en plekken kent en de uitkomst daarvan beslissend is voor de ontwikkeling van een samenleving, wordt evenmin coherent verwoord. Daarentegen wordt gesteld: ‘Zonder de creativiteit en het probleemoplossend vermogen van bedrijven heeft de transitie naar een eerlijke economie echter geen kans van slagen. Daarom maken we het ondernemers zo gemakkelijk mogelijk om goed en duurzaam te ondernemen.’ Wat krijgen we nou? Hebben de samenstellers kennis genomen van het boek ‘De waarde van alles’ van Mariana Mazzucato, waarin zij niet alleen pagina na pagina aantoont wie de waardenscheppers zijn, maar ook dat praktisch iedere technologische vooruitgang in den beginne gefinancierd is door overheden met belastinggeld. Sinds wanneer banen bedrijven -uit eigen wil- de weg naar een ‘eerlijke economie’? Het is onzinnig dat een dergelijke tekst in het concept-beginselprogramma voorkomt.

Mariana Mazzucato
Piketty

Thomas Piketty toont in zijn lijvige ‘Kapitaal en ideologie’ aan dat het privébezit van grond en productiemiddelen de oorzaak van de groeiende kloof in inkomen en vermogen tussen de kapitalisten, bedrijfstoppen en aandeelhouders enerzijds en werkenden anderzijds. Hij schrijft dat de beroemde stelling van Karl Marx en Friedrich Engels ‘De geschiedenis van iedere maatschappij tot nu toe is de geschiedenis van de klassenstrijd’ ‘pertinent blijft’, maar voegt daar terecht aan toen, gezien de ervaringen in Oost-Europa, dat die klassenstrijd verbonden moet worden met een ideeënstrijd geënt op een spreiding van kennis en ervaring, respect voor de ander, discussie en democratie.

Participerend socialisme

En dus wijdt hij zijn laatste hoofdstuk aan ‘bouwstenen voor een participerend socialisme in de 21ste eeuw’. Hij pretendeert niet volkomen bevredigende oplossingen te hebben, maar stelt op basis van zijn onderzoek naar historische maatschappelijke ontwikkelingen in uiteenlopende soorten maatschappijen dat vooruitgang vooral tot stand zijn gebracht door sociaal-politieke bewegingen en concrete experimenten. Zo ziet hij ook zijn bouwstenen, die hij verder uitwerkt: voorwaarden voor een rechtvaardige eigendom en economie. En dat betekent sociaal eigendom van bedrijven, stemrechtverdeling en deelname aan besluitvorming door werknemers in bedrijven en het vervangen van het ‘permanente privébezit’ door ‘tijdelijk privébezit’ door een zeer progressieve belasting op grote vermogens.

Thomas Piketty

Uiteraard kan ik slechts op deze korte wijze aanstippen dat de inzichten en studies van Mazzucato en Piketty, die in vrij brede kring omarmd werden, in hun samenhang en consequentie nauwelijks op coherente wijze aan bod komen in ‘Tijd voor solidariteit’. En hun aanbevelingen, dan wel bouwstenen, ook niet te vinden zijn in het conceptverkiezingsprogramma. Dat lijkt te wijzen op een alarmerende intellectuele armoede van de samenstellers van deze programma’s, dan wel een angst om als ‘te links’ te worden gezien.

Geen internationale context

Een ander, minstens zo groot, gemis is de internationale context. Er worden weliswaar een paar zinnen gewijd aan oneerlijke internationale handel met het zuidelijke halfrond, de internationale rechtsorde en een rechtvaardiger Europa, maar daar blijft het bij.

Terwijl juist de oorlogen in Oekraïne en Gaza het narratief van het Eurocentrisme doet kantelen. Nog steeds, zo blijkt ook uit het verkiezingsprogramma, is GroenLinks-PvdA, gevangen in een Westerse cq. Eurocentrische tunnelvisie. De Tweede Wereldoorlog, de holocaust, de ‘liberale’ democratie, de rechtstaat en de veronderstelde macht van de VS worden nog steeds gezien als bepalende factoren in het internationale beleid. Maar voor het overgrote deel in de wereld (Zuid-Amerika, Afrika en grote delen van Azië) ligt dat heel anders. Kolonialisme en slavernij, beide bedreven door het Westen, zij hier de ijkpunten. Het meten met twee, drie of vier maten door het Westen van conflicten en oorlogen (Israël mag Gaza verwoesten, maar Rusland Oekraïne niet) en het beschouwen van de NAVO als de organisatie die democratie en mensenrechten verdedigt, kan niet langer door de beugel.

200 NAVO interventies

NAVO landen, met de VS voorop, hebben sinds 1953, 200 keer een interventie in een ander land gepleegd. NAVO landen hebben de dictaturen in Griekenland, Spanje en Portugal gesteund. De VS is verantwoordelijk voor militaire staatsgrepen, zoals in Chili waarbij president Salvador Allende het leven liet, en samen met NAVO-bondgenoot België, voor de moord op de Congoleze premier Patrice Lumumba. Beiden democratisch gekozen socialisten. Recente interventies in Afghanistan, Libië en Irak hebben deze landen in een diepe humanitaire crisis gestort. De VS steunen onverdroten de genocide in Gaza. Turkije, Slowakije en Hongarije zijn NAVO-lid. Hoezo is de NAVO een organisatie die mensenrechten en democratie verdedigt?

De NAVO is voor alles een instrument van de buitenlandse politiek van de VS, ongeacht de politieke kleur van de president, en de Europese NAVO-landen zijn een graag geziene gast voor de aankoop van wapentuig door de Amerikaanse wapenfabrikanten.

Bas van der Schot | de Volkskrant
Kolonialisme en slavernij

De westerse hegemonie, historisch gestoeld op kolonialisme en slavernij, en nu op talrijke, vaak gewelddadige interventies om toegang te krijgen tot fossiele grondstoffen en metalen, is terecht aan het wankelen. Vele landen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië, willen niets meer met dit Westen te maken hebben en oriënteren zich op het BRICS initiatief van Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika. Steeds meer landen uit ‘het Zuiden’ sluiten zich hierbij aan. De bedoeling van de BRICS-landen, die 40% van de wereldbevolking huisvesten, is om met de oprichting van hun gemeenschappelijke ontwikkelingsbank een alternatief te vormen voor de door de VS gedomineerde Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds, en daarmee ook de dominantie van de Amerikaanse dollar uit te hollen.

Natuurlijk, veel van deze landen zijn geen parlementaire democratie, schenden mensenrechten en azen op economische en geopolitieke voordelen, maar datzelfde geldt voor de VS en zijn bondgenoten.

Er wordt geen woord gewijd in Tijd voor solidariteit aan deze verschuivende, internationale context, die zou moeten leiden tot een herbezinning van GroenLinks-PvdA op de Atlantische en Eurocentrische tunnelvisie.

vrijdag 12 september 2025

De valkuilen van GroenLinks/PvdA

De verkiezingscampagne komt langzaam op gang. De peilingen geven GroenLinks/PvdA weinig reden tot optimisme. Nauwelijks winst ten opzichte van de vorige verkiezingen, terwijl het rampenkabinet Schoof alle gelegenheid bood voor een spraakmakende en aansprekende oppositie. Die er dus niet was. De populariteit van Timmermans is zonder meer slecht te noemen. Wat nu de kip of het ei is laat ik maar in het midden.

Als je de kletsprogramma’s op radio en tv een beetje volgt waarin GroenLinks/PvdA’ers aan het woord komen, vallen drie dingen op die het ergste doen vrezen voor een succesvolle campagne.

Hengelen naar de VVD

Frans Timmermans kan het niet nalaten Yesilgöz af te tasten, cq. uit te nodigen om duidelijk te maken dat er compromissen nodig zijn om na de verkiezingen een kabinet te vormen. De fout die hij in de vorige campagne maakte om voortdurend Omtzigt ’t hof te maken in de hoop dat hij zich liet verleiden tot een verbintenis, maakt hij nu, zij het minder opzichtig, nog steeds, maar nu richting VVD. Het voortdurend hameren op de noodzaak van compromissen sluiten (‘Nederland is een land van compromissen’) is a) een open deur intrappen want iedereen weet dat wel en b) in een campagne contraproductief, omdat je al snel in de val trapt om zo’n compromis te noemen.

 Compromissen voor de verkiezingen?

Jesse Klaver trapte in zo’n val in een radio-interview van WNL, waarin hij stelde geen breekpunt te maken over het kopen van wapens van Israël als dat in de onderhandelingen na de verkiezingen aan de orde komt. ‘Geen breekpunt maken’ zijn andere woorden voor ‘bereid een compromis te sluiten’. Nogmaals: natuurlijk zullen er compromissen gesloten moeten worden, maar dat komt pas na de verkiezingen aan de orde. Dat is geen kiezersbedrog, want verreweg de meeste kiezers begrijpen dat. Maar wélke compromissen worden gesloten is van zoveel factoren afhankelijk (de verkiezingsuitslag, welke partijen zitten aan tafel, de reikwijdte, cq de balans en proportionaliteit met andere compromissen enz.) dat dit pas in onderhandelingen na de verkiezingen aan de orde kan komen. En het geval Israël is wel zo’n beetje het allerlaatste onderwerp, waar je vóór de verkiezingen dit soort uitlatingen over moet doen, gezien de groeiende afkeer van Netanyahu cs. in Nederland én de grote gevoeligheid die in achterban van GroenLinks/PvdA heerst op dit punt.

De krokodillentranen van de Telegraaf

Het derde wat me opviel deze week was het optreden van Wouter Bos, de voormalige partijleider van de PvdA die in 2006, toen er in de polls een linkse meerderheid in het verschiet lag, duidelijk liet weten niets te zien in linkse samenwerking. Bos liet zich in het praatprogramma Pauw & De Wit een paar keer ontvallen dat het GroenLinks/PvdA programma gewoon een klassiek PvdA-programma was. Om zo de ‘zorgen’ bij zijn tafelgenoten weg te nemen dat de PvdA door die radicale GroenLinksers was overgenomen. Een frame dat in rechts Nederland populair is. Allereerst moeten we nog afwachten hoe dat verkiezingsprogramma er uit gaat zien. Want er zijn vele amendementen ingediend die het concept-programma naar links trekken, en die op het congres van 27 september in stemming komen. Maar deze uitlating van Bos leiden tot een argwaan die vanaf het begin van de vrijpartij tussen PvdA en GroenLinks bij mij aanwezig is. Namelijk dat al die ‘oude’, rechtse, neo-liberale PvdA’ers, de Bossen, de Dijsselbloemen enz. ineens weer opduiken om rechts Nederland, aangevoerd door de Telegraaf, die ineens met stromen van krokodillentranen die oude PvdA toch zo mist, gerust te stellen.

 Drie keer áls

Áls in de campagne Timmermans zijn ambitie om premier te worden niet kan bedwingen en blijft hengelen naar de VVD, áls de topkandidaten zich laten verleiden tot vroegtijdige uitspraken over compromissen en áls de op macht beluste PvdA’ers hun afkeer tegen de vermeende radicale inbreng van GroenLinks in de media blijven rond toeteren, tsja dan vrees ik dat de peilingen blijven tegenvallen, en de uitslag idem dito.

zondag 24 augustus 2025

Een linkse start voor Nederland?

‘Een nieuwe start voor Nederland’ luidt de titel van het concept-verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA dat op 18 augustus de digitale snelweg is opgeslingerd. De Volkskrant schreef jl. dinsdag dat het verkiezingsprogramma kiest ‘voor een uitgesproken linkse koers’, maar dat zegt meer over hoe deze eens linkse krant naar het politieke midden is afgezakt, dan over de inhoud van het programma. Het bevat zeker een groot aantal goede, en ook linkse, voorstellen. Maar juist die voorstellen die een breuk met kapitalistische ‘logica’ zouden betekenen, ontbreken. Verder worden op onderwerpen die uiterst actueel zijn, zoals de NAVO en migratie, standpunten ingenomen die in een links programma niet thuishoren. De passages over Israël laten de historische context van de onderdrukking en dehumanisering van het Palestijnse volk onbesproken.

(Voor leden van GroenLinks en PvdA: de hyperlinks in de tekst leiden naar amendementen over het beschreven onderwerp. Wel eerst even inloggen!)

Te weinig sociale huurwoningen

 Het programma opent met ‘Meer huizen om in te wonen’, een nogal ongelukkig gekozen titel, waar je uit zou kunnen afleiden dat eenieder recht heeft op meerdere huizen om in te wonen. Een reeks van prima voorstellen passeert de revue. Veel nadruk op nieuwbouw (100.000 woningen per jaar). De kritiek van vele deskundigen op de eenzijdige oriëntatie van ‘de politiek’ op nieuwbouw wordt gepareerd met allerlei voorstellen om ook de bestaande voorraad van woningen én bedrijfsruimtes te gebruiken voor herindeling, optopping en herbestemming. Toch ontbreken de vérgaande voorstellen die de huidige woningnood écht zouden aanpakken. Er heeft vanaf 1990 een enorme verschuiving plaatsgevonden van huur- naar koopwoningen. Was in de grote steden tot 1990 de nieuwbouw praktisch uitsluitend gericht op huurwoningen, vanaf 1990 is dat fors gedaald naar ca. 40%. Daarnaast zijn corporaties gedwongen door achtereenvolgende regeringen (óók met de PvdA erin) een deel van hun betaalbare huurwoningen te verkopen. Dat heeft ertoe geleid dat het aantal corporatiewoningen met ongeveer 2,3 miljoen woningen de laatste drie decennia gelijk is gebleven. De woningvoorraad is in die 30 jaar met zo’n 2 miljoen, vooral koopwoningen, gestegen. Het aandeel sociale huurwoningen is navenant gedaald. In diezelfde periode groeide de vraag naar betaalbare woningen fors, vanwege de ontwikkeling op de koopmarkt en de toename van met name het aantal eenpersoonshuishoudens. De woningnood treft vooral starters, studenten, statushouders en arbeidsmigranten. Allemaal mensen met een bescheiden inkomen. Toch houdt ook het verkiezingsprogramma vast aan slechts 40% betaalbare huurwoningen van ‘de tienduizenden’ die de corporaties per jaar gaan bouwen. Het programma is vaag over welk deel van die 100.000 woningen door corporaties gebouwd gaat worden en welk deel door projectontwikkelaars. Stel dat 40.000 woningen door corporaties gebouwd gaan worden, dan zijn dat een schamele 16.000 betaalbare huurwoningen per jaar!. Van de projectontwikkelaars is niets verwachten. Het programma moet zich duidelijk uitspreken: het streven moet gericht zijn op de bouw van 100.000 woningen per jaar in de sociale huursector.

 Actieve grondpolitiek

 Een belangrijke factor die nieuwbouw, juist ook van sociale huurwoningen, duur maakt is de hoge grondprijs. Omdat veel potentiële bouwgrond met vooruitziend blik in handen is van speculanten, al dan niet in de jas van een projectontwikkelaar, moet een hoge prijs worden betaald, dan wel heeft de projectontwikkelaar een machtspositie om zeer rendabele -en dus dure- woningen te bouwen. Maar ook veel gemeenten hebben er een handje van om grond dat in hun bezit is tegen een forse prijs van de hand te doen voor woningbouw. Het verkiezingsprogramma besteedt wel aandacht aan enkele vormen van grondpolitiek om de uitwassen tegen te gaan (‘Een eerlijk deel van deze speculatiewinst vloeit terug naar de samenleving’), maar de meest effectieve ontbreekt: onteigening op basis van de gebruikswaarde van de dan geldende bestemming. Ook onteigening kan als middel worden ingezet.

Het woord ‘erfpacht’ komt in het programma niet voor: toch het meest effectieve middel om de waardestijging van grond ten goede te laten komen aan de gemeenschap.

 Machtsdeling in bedrijven

Het sociaaleconomische hoofdstuk van het programma heeft als titel ‘Een inkomen waarmee je vooruit komt’. Het heeft hetzelfde karakter als het hoofdstuk over wonen. Veel goede voorstellen om de scheefgroei in de kapitalistische aandeelhouders economie te corrigeren, maar de voorstellen die echt het verschil zouden maken ontbreken. Voorstellen die door Thomas Piketty zijn uitgewerkt in het slothoofdstuk van zijn monumentale ‘Kapitaal en ideologie’. In ‘Bouwstenen voor een participerend socialisme in de eenentwintigste eeuw’ doet hij voorstellen die ‘het huidige kapitalistische systeem overstijgen’ en kunnen leiden naar ‘een nieuw, participerend socialisme (…) een nieuw egalitair perspectief op universele gelijkheid, gebaseerd op sociaal eigendom, onderwijs en delen van kennis en macht.’

Ik pik er drie uit in de sociaaleconomische sfeer, waar Piketty ook mee begint.

In het programma wordt terecht opgemerkt ‘werknemers maken een bedrijf’ en bepleit dat er werknemers komen in de raden van commissarissen. Dat is te zwak uitgedrukt. De helft van het aantal commissarissen moet door de werknemers worden benoemd, om zo een eerste stap te zetten naar een betere machtsverdeling in bedrijven.

Belasting op vermogen

 Het programma bepleit terecht een verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op inkomen uit vermogen. Piketty beredeneert steekhoudend dat een dergelijke belasting nooit zal leiden tot een herverdeling van vermogen. Immers, zoals de praktijk uitwijst: de verregaande, onbegrensde cumulatie van vermogen leidt er toe dat de rijkste 10% slechts een schijntje aan inkomstenbelasting betaalt in verhouding tot hun rijkdom. De concentratie en cumulatie van vermogen kan alleen een halt worden toegeroepen door het invoeren van een belasting op het totaal van alle activa (vermogensbestanddelen) .

Afbouw BTW

 Het programma is voor een ‘simpeler en eerlijker belastingstelsel’, maar hier ontbreekt het meest voor hand liggende, eerlijke voorstel: afbouw van de BTW. De BTW is een uiterst onrechtvaardige belasting omdat deze zwaar drukt op allerlei goederen en diensten die voor een normaal leven nodig zijn, en dus voor mensen met een bescheiden inkomen een veel grotere belastingdruk opleveren dan de hogere inkomens. Het is ook een gecompliceerde belasting heffing met drie tarieven, waarbij de verdeling van goederen en diensten naar die drie tarieven arbitrair is. In het kader van een rechtvaardige, transparante, begrijpelijke en efficiënte belastingpolitiek is er alles voor te zeggen de BTW op een zo laag mogelijk niveau te brengen, liefst 0%, met bij voorkeur één tarief, waarbij de gederfde belasting inkomsten worden gecompenseerd door inverdieneffecten (minder bureaucratie, inflatieremmend, toename besteedbaar inkomen voor mensen met een laag- en middeninkomen) en de elders in het programma voorgestelde verhoging cq. invoering van progressieve belastingen op inkomen en vermogen.

Knieval voor Trump

Ronduit stuitend in het verkiezingsprogramma is de knieval voor Trump om het defensiebudget te verhogen naar 3,5% van het bruto binnenlands product (bbp). De NAVO is een instrument van de machtspolitiek van de VS, die talloze malen het internationale recht heeft geschonden. Je kunt niet, zoals het programma in één paragraaf beschrijft, voldoen aan de NAVO-doelstellingen en tegelijkertijd onafhankelijk willen maken van de VS.

Rusland, met een bbp dat gelijk is aan de Benelux, is aan oorlogsmaterieel vele malen ondergeschikt aan de NAVO-landen. Verregaande samenwerking met alle Europese landen op defensiegebied, integratie van wapensystemen en bevelvoering moet het antwoord zijn op een veronderstelde Russische dreiging, met parallel daaraan diplomatieke initiatieven.

Tegelijkertijd moet de VS veel kritischer benaderd worden. Het wordt hoog tijd de Europese veiligheid en de internationale rechtsorde te verdedigen tegen Amerikaanse inmenging, fake-nieuws, landjepik, big-tech interventies, steun aan extreem-rechts, ondermijning van de EU en agressie, onder meer via sancties, het sneller afbouwen van afhankelijkheden en beleid tegen desinformatie.

 Israël en Palestina

 De Israël paragrafen zijn kritisch op de oorlog die Israël in Gaza voert, maar schiet ernstig tekort waar het de Palestijnse kwestie betreft. Met geen woord wordt gesproken over het grote onrecht dat de Palestijnen is aangedaan met de oprichting van de staat Israël, de decennialange terreur van Israël tegen de Palestijnen, de nederzettingenpolitiek, de dehumanisering en continue mensenrechtenschendingen, de apartheid en de agressieve rol die Israël speelt in de regio.

‘Hamas en andere terreurgroepen in Gaza’ worden met sancties bedreigd, terwijl de historische context Hamas als een bevrijdingsbeweging definieert, die weliswaar gewelddadige methodes hanteert, waartoe ook vele andere bevrijdingsbewegingen gedwongen werden om zich van hun koloniale juk te bevrijden. Het getuigt van Westers etnocentrisme om daar op deze wijze over te oordelen, daar waar het Westen zwaar medeverantwoordelijk is voor de decennialange Israëlische terreur t.a.v. de Palestijnen. Het oudbakken pleidooi voor een tweestatenoplossing, waar het programma mee komt, is in de huidige situatie, van een geradicaliseerde Likoud, de toenemende invloed van extreem-rechtse partijen in Israël, aangevuurd door vanuit de VS geïmporteerde, orthodoxe christenen, volstrekt misplaatst. Daartoe zal er eerst een fundamentele regime-change in Israël moeten plaatsvinden.

Migratie

 Het concept-verkiezingsprogramma maakt op het gebied van migratie een onacceptabele draai naar rechts. Een ‘actieve sturing op een gemiddeld migratiesaldo van 40.000 tot 60.000 per jaar’ is een onmogelijk streven. Dat migratie saldo bestaat aan de inkomende kant uit migratie van slecht betaalde, uitgebuite arbeiders uit, of via, Oost-Europa hier binnengehaald door veelal malafide uitzendbureau’s, buitenlandse studenten, asielzoekers en goedbetaalde expats. Binnen het EU-schengengebied is er een vrij verkeer van arbeidskrachten. Verder is niet te voorzien welke verschrikkelijke gebeurtenissen elders in de wereld vluchtelingenstromen veroorzaken, die voor een klein deel ook in Nederland terecht komen. Die ‘actieve sturing’ wordt in het programma niet geloofwaardig uitgewerkt. Zo wordt gesteld: Arbeidsmigratie is nu vooral een verdienmodel voor werkgevers in laagproductieve en vervuilende exportsectoren zoals de logistiek, (glas)tuinbouw, de vleessector en metaalindustrie. Wij willen de economie zo inrichten dat de vraag naar arbeidsmigratie in laagbetaalde banen afneemt. Dat anders inrichten van de economie vereist een door de overheid gestuurde planeconomie, maar (helaas) ontbreekt in het programma elk voorstel dat daartoe zou kunnen leiden.

Elders wordt in het programma (terecht) gesproken van een gewenste, toenemende arbeidsmigratie gezien de vergrijzing en het pal staan achter het VN Vluchtelingenverdrag. Kortom, dat migratiesaldo van 40.000 tot 60.000 per jaar is een staaltje van ongefundeerd wensdenken, ingegeven door de verkeerde opvatting dat Wilders op deze wijze de wind uit de zeilen wordt genomen.

Een ander veeg teken is dat het programma procesbeschikbaarheidslocaties bepleit voor overlast gevende asielzoekers. Procesbeschikbaarheidslocaties zijn een uitvinding van voormalig staatssecretaris Faber, waar de rechtbank Noord-Nederland op 1 maart jl. over heeft uitgesproken dat de vrijheidsbeperking bij plaatsing kansarme asielzoekers in 'Procesbeschikbaarheidslocaties' onrechtmatig is.

Amendementen

 En partijleden kunnen tot vrijdag 29 augustus amendementen indienen die echter pas in behandeling worden genomen als ze ondersteund worden door 100 andere leden. Deze individualisering van het amendementrecht lijkt een mooi democratisch gebaar, maar werpt een enorme drempel op. Zeker in vakantietijd en vooral ook door de chaotische werking van de digitale amendemententool. De paragrafen waarop amendementen kunnen worden ingediend zijn in deze tool keurig genummerd, maar de nummers ontbreken in de tekst van het verkiezingsprogramma…

Hopelijk nemen toch veel leden de moeite om de vele amendementen die ook op bovengenoemde punten zijn ingediend, te bekijken – en te ondersteunen.