De vér doorgeschoten individualisering, een (bij?)product van het neoliberalisme, is ook GroenLinks-PvdA een doorn in het oog. Althans, als je het concept-beginselprogramma raadpleegt. ‘Collectieve problemen werden steeds minder collectief opgelost. Het individu kwam op de voorgrond te staan.’ En ‘technologie bracht veel mogelijkheden voor zelfexpressie en het leggen van nieuwe verbindingen, maar het versterkte ook nog meer de nadruk op het individu.’ Het verkiezingsprogramma staat bol van maatregelen die de collectieve aanpak van problemen centraal stelt in plaats van individuele. Democratie-van-onderop, vormgegeven door collectieven, is een ander belangrijk punt voor de fusiepartij.
Echter, als het om de organisatie van de fusiepartij GL-PvdA gaat, voert individualisering de boventoon en is elke collectieve benadering uitgesloten. Althans, als je de concept-statuten en het concept-reglement bekijkt die onlangs zijn gepubliceerd, en waar leden tot 4 januari op kunnen reageren.
Laagdrempelig disussiëren
Met John Hontelez heb ik gebrainstormd over veranderingen die in het inspraakproces kunnen worden voorgesteld om de fusiepartij een democratische ledenpartij te laten zijn. De essentie van onze voorstellen is te promoten dat leden weer gestimuleerd worden om met name op afdelingsniveau laagdrempelig te discussiëren over de koers en het optreden van de partij. Nu gaat in feite bijna alles via de computer, individueel. En die discussies zouden dan ook relevant moeten zijn voor hoe de partij wordt (bij)gestuurd. Daarmee motiveer je leden om naar afdelingsvergaderingen te gaan, ook al zijn ze wat minder geïnteresseerd in de details van lokale politiek, maar meer in de grote vragen.
Elk lid kan via de website tot en met 4 januari 2026 wijzigingsvoorstellen doen of commentaar leveren op de concept-statuten en het concept-reglement. Hieronder wat suggesties.
Ledenparlement
Voorgesteld wordt om een geloot ledenberaad (art. 22 Statuten, art. 19 reglementen ) in te stellen dat door het partijbestuur ten minste eens per jaar wordt ingezet. Deze top-down benadering is natuurlijk heel iets anders dan een ledenparlement of een partijraad die de PvdA en GroenLinks in het verleden hadden.
Zo’n ledenparlement bewaakt tussen de congressen door in essentie of de besluiten van de congressen worden uitgevoerd en geeft het partijbestuur en de landelijke en Euro-fracties advies over actuele kwesties. Belangrijk daarbij is dat de leden van zo’n ledenparlement een achterban hebben. Bijvoorbeeld één vertegenwoordiger per afdeling, maar dat zouden er dan wel zo’n tweehonderd zijn, en dat is weer erg groot. Maar is dat onmogelijk? Als het vier keer per jaar bij elkaar komt? Andere ideeën zijn ook welkom. Zoals bijv. vijf leden per provincie.
Netwerken
Er worden netwerken voorgesteld in de nieuwe statuten (art. 33). “Netwerken zijn samenwerkingsverbanden die actief zijn rond een politiek thema, een onderwerp waarin zij deskundig zijn en/of op basis van aspecten van hun identiteit, zoals gedeelde achtergrond, ervaring of positie in de samenleving.” Het partijbestuur beslist welke netwerken er zijn en hoe ze (mogen) werken. John Hontelez is lid van het milieunetwerk, en vindt dat een onbevredigende situatie. Het is beter de netwerken om te vormen naar commissies, met een structuur, een budget en ook een adviserende rol naar het congres en de landelijke en eurofracties, en het recht om amendementen in te dienen op het landelijke verkiezingsprogramma. Commissies kunnen voorafgegaan worden door initiatiefgroepen. Als ze eenmaal door het congres (i.p.v. het partijbestuur) zijn erkend, hebben ze een mandaat en middelen.
Direct contact tussen leden faciliteren
Vier jaar geleden hebben Joost Lagendijk, Gied ten Berge en wij (John en Leo) een discussie op gang gebracht over het standpunt van de TK-fractie over vaccineren in coronatijd. We moesten 150 handtekeningen hebben om een partijdiscussie aan te vragen. Dat was niet simpel, want hoe bereik je leden? Daarom dit voorstel: elk lid wordt gevraagd of zijn/haar email adres opgenomen mag worden in een platform waar leden initiatieven kunnen voorstellen. Leden kunnen dan reageren en met die leden wordt dan een discussiegroep gevormd. Het platform zelf mag niet voor die discussie gebruikt worden (om ondersneeuwen met e-mails te voorkomen) maar er mag nog wel een keer een resultaat gepresenteerd worden. Elk lid kan op elk moment beslissen om zich uit te schrijven of (weer) in te schrijven in dat platform. Het platform wordt beperkt gemodereerd om misbruik te voorkomen. Wat misbruik is moet natuurlijk nader gedefinieerd worden.
Referendum
Art. 15 van de statuten stelt leden in de gelegenheid om een referendum aan te vragen, maar 10% van het ledenbestand moet dat steunen. Dat zijn dus in het huidige geval van ca. 100.000 leden (dubbel leden niet meegeteld) 10.000 leden! Dat is een hele hoge drempel en zal in de praktijk alleen maar tot stand komen als de partij zo’n beetje op ontploffen staat. Die drempel moet dus omlaag, bijv. naar 1%. Als er een goed functionerend ledenparlement komt is deze vorm van corrigeren wellicht niet meer zo belangrijk. Als zo’n ledenparlement er NIET komt, zou er toch ook een mogelijkheid moeten zijn om partijdiscussies aan te vragen, wat minder ver gaat dan een referendum. Bij Groenlinks is de limiet 150 leden. Als zo’n platform als hierboven bestaat mag die limiet best wat omhoog, bijvoorbeeld tot 500 leden.
Afdelingen weer relevant maken
De meeste mensen worden lid vanwege de landelijke politiek. Vroeger ging je dan naar de lokale afdeling om (ook) over het landelijk beleid van de partij te praten. Dat heeft nu geen zin, de link tussen het lokale niveau en het landelijke is doorgesneden, deelname aan landelijke debatten is geïndividualiseerd en vindt grotendeels achter je computerscherm plaats. Afdelingen moeten weer relevant worden en het recht krijgen om amendementen en moties in te dienen op het landelijke congres. Een bescheiden drempel kan ingebouwd worden, bijv. als twee andere afdelingen mede-ondersteunen. Leden van een afdeling die naar een congres gaan moeten dan ook het recht krijgen namens die afdeling te spreken.
Ledenblad
Kortom, op naar een democratische ledenpartij!












