Dit blog beoogt de samenwerking tussen GroenLinks en de PvdA kritisch te volgen. Het streven moet gericht zijn op een brede progressieve en linkse samenwerking, als aansprekend alternatief voor de huidige (extreem)rechtse wind die door Nederland waait. Verder neem ik de vrijheid om nog andere, links-gerelateerde zaken, aan de orde te stellen.
Zoeken in deze blog
donderdag 25 juni 2026
Geboorte van PRO en begrafenis van GroenLinks
vrijdag 29 mei 2026
De PSP-jaren van Karin Spaink (1982-1987)
Toen het bericht doorkwam dat Karin Spaink ervoor had gekozen het leven te verlaten was ik de Coast to Coast Walk in Engeland aan het lopen: van de Ierse Zee naar de Noordzee. Ik las de ‘in memoriams’ in Parool, NRC, de Volkskrant en de Groene Amsterdammer. Het viel me op dat, met alle terechte aandacht die geschonken werd aan haar vele activiteiten op het gebied van internet, privacy en de bestrijding van kwakzalvers, geen enkele zin werd besteed aan haar eerste baan in het publieke domein. Alleen de NRC wist, abusievelijk, te melden dat ze gewerkt had bij het wetenschappelijk bureau van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP).
Vanaf 1976 werkte ik met Ron Leijser bij de Stichting
Vorming en Scholing (SVS) van de PSP. Het kabinet Den Uyl besloot rond 1975 een
subsidieregeling in het leven te roepen om politieke partijen te ondersteunen
met het klaarstomen van hun leden voor politieke activiteiten. De hoogte van de
subsidie was afhankelijk van het aantal Tweede Kamerzetels. Dat waren er twee
in 1975 (Bram van der Lek en Fred van der Spek), genoeg om twee deeltijders bij
de SVS aan het werk te zetten. Wij verzorgden scholingsmateriaal over ontstaan,
werkwijze en theoretische basis van de linkse beweging, discussiedagen over
allerhande actuele politieke thema’s en cursussen voor afdelingsbestuurders en
gemeenteraadsleden.
In 1977 behaalde de PSP slechts één kamerzetel, genoeg
subsidie om de SVS in stand te houden, maar in 1981 kwamen naast Van der Spek,
Andrée van Es en Wilbert Willems in de Tweede Kamer. De subsidie ging omhoog en
dus verscheen in november 1981 in het partijblad Bevrijding een
advertentie voor een part-time medewerk(st)er, bij voorkeur een vrouw ‘gezien
de personeelssamenstelling’. Naast de hierboven vermelde taken werd als een
aparte taak het geven van een aparte scholing aan PSP-vrouwengroepen genoemd.
Het lidmaatschap van de PSP was een vereiste. Karin was al actief in de
Landelijke Koördinatie Groep van PSP vrouwen, die in die periode bezig was met
het voorbereiden van een discussie over pornografie. Karin had al een discussiestuk over dit thema
geschreven, ter voorbereiding van de discussiedag. Bovendien had ze het boek Pornografie,
bekijkt ’t maar geredigeerd dat in 1982 bij Van Gennep verscheen.
Ze was niet de enige sollicitante (ik zat in de sollicitatiecommissie), maar haar open discussie houding, enthousiasme en verbale vaardigheden maakten dat ze per 1 januari 1982 aan de slag kon. Vanaf dat moment zaten we met zijn drieën in de ons toebedeelde werkruimte van het PSP-kantoor in de Nieuwe Looiersstraat in Amsterdam, niet ver van haar kleine etage boven een visboer op de hoek van de Nieuwe Spiegelstraat en de Kerkstraat.
Karin kwam op het juiste moment de PSP binnen. Discussies
over het feministisch socialisme (FemSoc) en de ondervertegenwoordiging van
vrouwen in (partij)politieke gremia vierden hoogtij in de eerste helft van de
jaren 1980. En zij slingerde met groot plezier en kennis van zaken die
discussies aan. Als snel maakte ze kennis met het fenomeen waar de PSP geliefd,
dan wel berucht om was: een welhaast onverzadigde drang tot discussie, waar
het partijblad Bevrijding, zoals het hoort, zijn kolommen graag voor
openstelde.
De hiervoor genoemde PSP-discussiedag over pornografie vond
op 27 februari 1982 plaats. In de voorafgaande Bevrijding stond een deel
van haar discussiebijdrage afgedrukt, dat op SadoMasochisme ingaat. Ze
beschrijft de pro-standpunten van de Vereniging Studiegroep SadoMasochisme (VSSM)
om vervolgens een aantal kritische noten te kraken, zoals het in standhouden
van machtsverhoudingen, het gewelddadige karakter, en de gepropageerde
‘bevrijding’ die in die tijd met SM (maar ook door bewegingen als de Bhagwan)
opgeld deed. In een volgend nummer van Bevrijding stonden tamelijk
woedende reacties op haar kritische kanttekeningen. Ze wordt als een
‘buitenstaander’ weggezet, ‘we worden door haar op een negatieve manier
vernederd’ en ook de homogroep vindt dat Karin te negatief oordeelt over deze
seksuele variant. In een naschrift wijst Karin er opdat ze als niet-lid van de
VSSM toch best over SM mag schrijven, of ‘moet ik op de VVD stemmen om het
kapitalisme te mogen bekritiseren?’ Ze stelt dat haar stelling dat de VSSM
‘klakkeloos en onbeargumenteerd ervan uitgaat dat agressie en seksualiteit
onlosmakelijk verboden zijn’ niet weersproken wordt in de reacties’. Als
uitsmijter stelt ze op de discussiedag voorgesteld hebben in een aparte groep
verder over dit onderwerp door te discussiëren, waar niemand op heeft
gereageerd.
Ik sta hier wat uitgebreid bij stil omdat dit gebeuren
aantoont hoe open en onbevreesd dit onderwerp werd aangekaart en hoe Karin met
deze vuurdoop omging, altijd bereid tot discussie. (En hoe belangrijk een
partijblad is om discussies te stimuleren, iets wat GroenLinks al jaren node
mist en ook Pro Nederland niet van plan schijnt te gaan uitgeven.)
Overigens hield Karin zich ook met andere zaken bezig. In
het juni-nummer van Bevrijding doet ze verslag van een bijeenkomst
waarin gestaalde kaders van de CPN (Jaap Wolff en Harry Verhey) in debat gaan
met Henk Gortzak. Gortzak (PSP-Tweede Kamerlid tussen 1969 en 1971) was in 1958
geroyeerd als CPN-lid over gebeurtenissen in de jaren 1950, waar hij en
Wolff/Verhey in 1982 nog steeds hevig over van mening verschillen. ‘Ze hebben
geen politiek konflikt, maar zijn een politiek konflikt. Ze zijn bijna symbolen
van hun eigen opvattingen en zien alles in dat licht’. Even verder schijft ze
die houding (wij tegen de rest van de wereld en wie niet voor ons is, is tegen
ons) ook ‘gelukkig op kleinere schaal’ terug te zien in sommige delen van de
vrouwenbeweging.
Maar Spaink richtte zich vooral op de positie van vrouwen in
de PSP. Ze voerde de redactie over een themamap Taakverlichting van politieke
functies, organiseerde SVS-discussiedagen hierover en ondersteunde de
Landelijke Koördinatiegroep van PSP-vrouwen. Ze hield inleidingen in
afdelingen, zoals in Geleen over ‘Vrouwenstrijd-homostrijd-socialisme’.
De toenemende activiteiten en druk van PSP-vrouwen leidde ertoe
dat het, geheel uit mannen bestaande, partijbestuur besloot om in februari 1983
een congres te wijden aan Feminisme en Socialisme. Karin komt in de
speciale ‘kongreskommissie’ (vijf vrouwen, vijf mannen) die dit congres
voorbereidt. De commissie schrijft een congresvoorstel met een analyse,
beleidsvoorstellen en hoe de interne feminisering van de PSP vorm te geven. Het
partijbestuur vindt deze voorstellen te ver gaan en komt met een eigen stuk.
Het congres, waar beduidend meer vrouwen aan deelnemen dan voorheen, besluit op
praktisch alle punten de radicalere voorstellen van de congrescommissie te
volgen. Het gaat te ver om hier met allerlei teksten te komen, maar de paarse
tornado die Bevrijding ontwaarde op het congres was geen fata morgana.
Overigens was Karin niet de enige aanjager hiervan, met name Gerda Bosdriesz en
Pieternel Rol, moeten genoemd worden als zeer actieve PSP-vrouwen in die
periode.
| Karin toont op het Feminisme en Socialisme congres het affiche waar ze de tekst van heeft bedacht: Omdat ieder mens er een is, en niet de helft van een stel |
De PSP was verslaafd aan congressen. In juni 1983 wordt alweer gecongresseerd. Deze keer onder de noemer van een Strategiecongres: hoe denkt de PSP een socialistische maatschappij te bereiken? Het partijbestuur komt met een tekst, maar ai, de resultaten van het halfjaar er voor gehouden FemSoc congres zijn er nauwelijks in verwerkt. Een behoorlijke blunder, die Karin in een lang artikel in Bevrijding het partijbestuur inwrijft. Het patriarchale karakter van de staat blijft onbenoemd, het onderscheid tussen privé en openbaar wordt genegeerd en feministische eisen om het dominante heteroseksuele systeem te doorbreken, komen niet aan de orde. Typisch Karin is dat ze het artikel afsluit met kritiek op die eindeloze vergaderingen, stapels pamfletten, nota’s en brochures, zo onaantrekkelijk voor buitenstaanders. ‘Vrolijke dingen doen en iets van spanning, speelsheid of enthousiasme door de ernst mengen kan heel verfrissend zijn’.
Dat strategiecongres wordt een van de meest frustrerende
congressen in de geschiedenis van de PSP. Er staan uiteindelijk twee visies ter
discussie, waarvan het bepalende onderscheid is of de PSP actief moet deelnemen
aan een proces van samenwerking met CPN en PPR. Het congres wijst de visie van
het partijbestuur (wél pogen tot samenwerking te komen) af, waarna het
partijbestuur, onder voorzitterschap van Bram van der Lek, besluit er de brui
aan te geven. De daaropvolgende partijraad kiest in juli een interim-bestuur,
waar zowel Karin als ik deel van uit maken.
Echter, niet voor lang. In november 1983 is er wéér een
congres, waar besloten wordt dat mensen die in dienst zijn van de partij, zoals
Karin en ik die bij de SVS werken, geen lid kunnen zijn van het partijbestuur. Ik
kan wel begrip hebben voor dat besluit, al ging het natuurlijk maar om een
tijdelijk, interim-bestuur. Karin niet en ziet het ook als een poging om haar
te cancelen ‘omdat ik te veel naar de voorgrond was gekomen.’
En dus worden de SVS-activiteiten weer het middelpunt van
Karins activiteiten. Ze ontwikkelt de scholingsbrochure ‘Dames & Heren’
waarin vele aspecten van het feminisme aan de orde komen: stromingen,
bondgenootschappen, strategie en beleid. Het is de basis voor tien
scholingsbijeenkomsten, die in veel afdelingen zal worden gehouden.
Discussiebijeenkomsten over uiteenlopende feministische onderwerpen
werden door Karin georganiseerd, veelal begeleid door een discussiemap, zoals
hoe de afdeling gefeminiseerd kan worden en een lesbrief hoe de resultaten van
het congres over Feminisme en socialisme door leden bediscussieerd kunnen
worden. De aangenomen teksten van dat congres zijn gebundeld in een apart
brochure.
In 1985 maakt Spaink deel uit van de commissie die het
verkiezingsprogramma gaat schrijven voor de Kamerverkiezingen van 1986.
Het congres dat het verkiezingsprogramma en de
kandidatenlijst vaststelt in Wijk aan Zee in december 1985, kent een dramatisch
verloop. Het verkiezingsprogramma wordt binnen de PSP beschouwd als het meest
linkse programma dat ooit is vastgesteld, maar als het congres met een nipte
meerderheid niet Fred van de Spek, maar Andrée van Es als lijsttrekker kiest,
neemt Van der Spek met een handvol getrouwen de benen.
De PSP haalt één zetel in 1986, en de subsidie loopt weer
terug. Maar dat is niet de reden, dat ze in 1987 vertrekt bij de PSP. Viif jaar lang heeft ze met volle inzet de
feminisering van de PSP een zet gegeven. De hoogtijdagen van de FemSoc
discussies zijn voorbij. De PSP komt in een overlevingsstand en zal
uiteindelijk in 1989 toch met CPN en PPR fuseren.
De automatisering die al vroeg bij de PSP zijn intrede heeft
gedaan, wekt haar belangstelling en ze slaat een verrassend nieuw pad in:
programmeur bij vliegtuigbouwer Fokker.
zondag 22 maart 2026
GL-PvdA stapt in de valkuil van fakenews
Gaat de partijtop van GL-PvdA het paard dat fakenews heet, berijden? Het lijkt er wel op als je de reacties van Klaver c.s. op de gemeenteraadsverkiezingen leest. Een dag na de verkiezingen schrijft hij in een e-mail aan de partijleden: ‘We hebben de weg omhoog gevonden. We zijn bij de verkiezingen gisteren de grootste partij van het land geworden en flink gegroeid ten opzichte van de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen een half jaar geleden (…) Tegelijkertijd zijn we gisteren in maar liefst 42 gemeenten de grootste partij geworden.’
Over deze grootspraak is al veel geschreven. Van kritisch
tot honend. En terecht. Gemeenteraadsverkiezingen met Tweede Kamerverkiezingen
vergelijken is in het huidige tijdsgewricht onzinnig. Er zijn veel kleine
landelijke partijen die lang niet in alle gemeenten deelnemen, er is een veel lagere opkomst én er is de
sterke groei van lokale partijen, die overigens fors van elkaar verschillen.
Het is dom dat Klaver c.s. dit frame hebben gekozen. Dom,
omdat hij zo alle aandacht trekt van analisten en critici, terwijl de overige
partijleiders van de landelijke, grote partijen eveneens valse victorie
kraaiden, zij het wat minder uitbundig. Ze konden in de publiciteit die er na
kwam allemaal schuilen achter de opgeblazen rug van Klaver.
De vastberaden wil om ten koste van alles de juistheid van
de voorgenomen fusie te staven, schaadt de fusiepartij juist. Evenals de
nauwelijks verholen ambitie van Klaver zelf om bij de volgende
Kamerverkiezingen Jetten te kunnen opvolgen.
Tekenend is dat in de e-mail die beide partijvoorzitters een
dag later verzonden iets minder hoog van de toren wordt geblazen. Daarin wordt
volstaan met de mededeling dat ‘we in veel gemeenten de grootste’ werden. Geen
vergelijking met Tweede Kamerverkiezingen of geronk als ‘grootste partij van
het land’.
Als je de uitslagen van de laatst vijf
gemeenteraadsverkiezingen bekijkt is er, net als landelijk, sprake van een zeer
zorgelijke, neerwaartse tendens.
|
Resultaat GL-PvdA
gemeenteraadsverkiezingen |
||
|
jaar |
percentage |
aantal
zetels |
|
2010 |
22,5 |
1687 |
|
2014 |
15,6 |
1153 |
|
2018 |
16,4 |
1076 |
|
2022 |
16,8 |
1197 |
|
2026 |
14,6 |
1059 |
Maar, zo wordt door de partijtop verteld, we zijn in veel
(veelal grotere) gemeenten de grootste. Dat klopt – en is inderdaad mooi.
Minder mooi is dat GL-PvdA in die 44 gemeenten toch bij elkaar 35 zetels heeft verloren.
Hoewel iedere gemeente ongetwijfeld haar eigen verhaal
heeft, zou het lonen als de partijtop met een goede selectie van afdelingen
(verliezers en winnaars) eens probeert te analyseren of er conclusies zijn te
trekken.
Enkele zaken vallen wel op. In Amsterdam won GroenLinks, dat
nog zelfstandig deelnam, twee zetels met een onvervalst ‘schaamteloos’ linkse
inzet, zoals lijsttrekker Zita Pels vrolijk verkondigde. De PvdA verloor er
twee. Ook in het onvervalst linkse Nijmegen werden 2 zetels winst geboekt en in
Utrecht 1. Steden waar GroenLinks
al jaren veel groter is dan de PvdA.
In steden en regio’s waar de PvdA traditioneel groter is,
verloor de combinatie fors, met Leeuwarden (-6) en Heerenveen (-5) als
uitschieters.
De fusie is onomkeerbaar. De leden hebben per referendum, zonder diepgaand onderzoek en discussie, daartoe besloten. Of het de electorale neergang kan keren is zeer de vraag. Wat daar in ieder geval voor nodig is, is een ‘schaamteloos’ linkse politiek, die het pure parlementaire werk overstijgt en buiten campagnetijd mensen informeert, ondersteunt en waar nodig organiseert om samen te werken aan een leefbare, veilige omgeving, het bereikbaar maken van betaalbare huisvesting, gezondheidszorg en openbaar vervoer.
Er moet hard
gewerkt worden om het frame van elite te plakken op hen die het verdienen: de
CEO’s, de grootaandeelhouders, de bankiers, de grootgrutters, de agro-business
en rechtse politici. Tenslotte verdient het ongelooflijk irriterende gezeik aan
al die TV-kletstafels over het verzet tegen AZC’s, en in hun kielzog FVD en de
lokale partijen die daar garen bij spinnen, met een feitelijk, hard
uitgesproken en vaak herhalend weerwoord te worden tegengesproken. In talloze
gemeenten bestaan AZC’s al jaren zonder commotie. In gemeenten die ze krijgen,
of nog niet hebben, worden mensen door een legertje van buitengemeentelijke fascisten
opgestookt door angst en haat te zaaien. De mensen die daar in trappen vormen
altijd een forse minderheid. De stille meerderheid die daarvan gruwt zou veel
meer gesteund moeten worden. Laat die feiten spreken.
Dat betekent dat die fusiepartij een onvervalst linkse koers
moet varen. De naam van de fusiepartij die donderdag a.s. bekend wordt gemaakt,
zou volgens Het Parool wel eens Progressief Nederland kunnen zijn. Dat zou de
volgende, finale, verkeerde stap zijn in het fusieproces. Een buiging naar het midden,
een knieval voor D66, een etiket dat te veel naar een culturele en economische
elite smaakt.
-
De vér doorgeschoten individualisering, een (bij?)product van het neoliberalisme, is ook GroenLinks-PvdA een doorn in het oog. Althans, als ...
-
Deze maand verscheen 'Een links verhaal' dat met name voor fusiepartijgangers interessant is. Parlementair journalist Coen van de Ve...
-
Toen het bericht doorkwam dat Karin Spaink ervoor had gekozen het leven te verlaten was ik de Coast to Coast Walk in Engeland aan het lopen:...