Zoeken in deze blog

zondag 22 maart 2026

GL-PvdA stapt in de valkuil van fakenews

Gaat de partijtop van GL-PvdA het paard dat fakenews heet, berijden? Het lijkt er wel op als je de reacties van Klaver c.s. op de gemeenteraadsverkiezingen leest. Een dag na de verkiezingen schrijft hij in een e-mail aan de partijleden: ‘We hebben de weg omhoog gevonden. We zijn bij de verkiezingen gisteren de grootste partij van het land geworden en flink gegroeid ten opzichte van de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen een half jaar geleden (…) Tegelijkertijd zijn we gisteren in maar liefst 42 gemeenten de grootste partij geworden.’

Over deze grootspraak is al veel geschreven. Van kritisch tot honend. En terecht. Gemeenteraadsverkiezingen met Tweede Kamerverkiezingen vergelijken is in het huidige tijdsgewricht onzinnig. Er zijn veel kleine landelijke partijen die lang niet in alle gemeenten deelnemen, er is een veel lagere opkomst én er is de sterke groei van lokale partijen, die overigens fors van elkaar verschillen.

Het is dom dat Klaver c.s. dit frame hebben gekozen. Dom, omdat hij zo alle aandacht trekt van analisten en critici, terwijl de overige partijleiders van de landelijke, grote partijen eveneens valse victorie kraaiden, zij het wat minder uitbundig. Ze konden in de publiciteit die er na kwam allemaal schuilen achter de opgeblazen rug van Klaver.

De vastberaden wil om ten koste van alles de juistheid van de voorgenomen fusie te staven, schaadt de fusiepartij juist. Evenals de nauwelijks verholen ambitie van Klaver zelf om bij de volgende Kamerverkiezingen Jetten te kunnen opvolgen.

Tekenend is dat in de e-mail die beide partijvoorzitters een dag later verzonden iets minder hoog van de toren wordt geblazen. Daarin wordt volstaan met de mededeling dat ‘we in veel gemeenten de grootste’ werden. Geen vergelijking met Tweede Kamerverkiezingen of geronk als ‘grootste partij van het land’.

Als je de uitslagen van de laatst vijf gemeenteraadsverkiezingen bekijkt is er, net als landelijk, sprake van een zeer zorgelijke, neerwaartse tendens.

Resultaat GL-PvdA gemeenteraadsverkiezingen

jaar

percentage

aantal zetels

2010

22,5

1687

2014

15,6

1153

2018

16,4

1076

2022

16,8

1197

2026

14,6

1059

 

Maar, zo wordt door de partijtop verteld, we zijn in veel (veelal grotere) gemeenten de grootste. Dat klopt – en is inderdaad mooi. Minder mooi is dat GL-PvdA in die 44 gemeenten toch bij elkaar 35 zetels heeft verloren.

Hoewel iedere gemeente ongetwijfeld haar eigen verhaal heeft, zou het lonen als de partijtop met een goede selectie van afdelingen (verliezers en winnaars) eens probeert te analyseren of er conclusies zijn te trekken.

Enkele zaken vallen wel op. In Amsterdam won GroenLinks, dat nog zelfstandig deelnam, twee zetels met een onvervalst ‘schaamteloos’ linkse inzet, zoals lijsttrekker Zita Pels vrolijk verkondigde. De PvdA verloor er twee. Ook in het onvervalst linkse Nijmegen werden 2 zetels winst geboekt en in Utrecht 1. Steden waar GroenLinks al jaren veel groter is dan de PvdA.

In steden en regio’s waar de PvdA traditioneel groter is, verloor de combinatie fors, met Leeuwarden (-6) en Heerenveen (-5) als uitschieters.

De fusie is onomkeerbaar. De leden hebben per referendum, zonder diepgaand onderzoek en discussie, daartoe besloten. Of het de electorale neergang kan keren is zeer de vraag. Wat daar in ieder geval voor nodig is, is een ‘schaamteloos’ linkse politiek, die het pure parlementaire werk overstijgt en buiten campagnetijd mensen informeert, ondersteunt en waar nodig organiseert om samen te werken aan een leefbare, veilige omgeving, het bereikbaar maken van betaalbare huisvesting, gezondheidszorg en openbaar vervoer. 

Er moet hard gewerkt worden om het frame van elite te plakken op hen die het verdienen: de CEO’s, de grootaandeelhouders, de bankiers, de grootgrutters, de agro-business en rechtse politici. Tenslotte verdient het ongelooflijk irriterende gezeik aan al die TV-kletstafels over het verzet tegen AZC’s, en in hun kielzog FVD en de lokale partijen die daar garen bij spinnen, met een feitelijk, hard uitgesproken en vaak herhalend weerwoord te worden tegengesproken. In talloze gemeenten bestaan AZC’s al jaren zonder commotie. In gemeenten die ze krijgen, of nog niet hebben, worden mensen door een legertje van buitengemeentelijke fascisten opgestookt door angst en haat te zaaien. De mensen die daar in trappen vormen altijd een forse minderheid. De stille meerderheid die daarvan gruwt zou veel meer gesteund moeten worden. Laat die feiten spreken.

Dat betekent dat die fusiepartij een onvervalst linkse koers moet varen. De naam van de fusiepartij die donderdag a.s. bekend wordt gemaakt, zou volgens Het Parool wel eens Progressief Nederland kunnen zijn. Dat zou de volgende, finale, verkeerde stap zijn in het fusieproces. Een buiging naar het midden, een knieval voor D66, een etiket dat te veel naar een culturele en economische elite smaakt.

maandag 22 december 2025

GL-PvdA: op naar een democratische ledenpartij!

De vér doorgeschoten individualisering, een (bij?)product van het neoliberalisme, is ook GroenLinks-PvdA een doorn in het oog. Althans, als je het concept-beginselprogramma raadpleegt. ‘Collectieve problemen werden steeds minder collectief opgelost. Het individu kwam op de voorgrond te staan.’  En ‘technologie bracht veel mogelijkheden voor zelfexpressie en het leggen van nieuwe verbindingen, maar het versterkte ook nog meer de nadruk op het individu.’ Het verkiezingsprogramma staat bol van maatregelen die de collectieve aanpak van problemen centraal stelt in plaats van individuele. Democratie-van-onderop, vormgegeven door collectieven, is een ander belangrijk punt voor de fusiepartij.

Echter, als het om de organisatie van de fusiepartij GL-PvdA gaat, voert individualisering de boventoon en is elke collectieve benadering uitgesloten. Althans, als je de concept-statuten en het concept-reglement bekijkt die onlangs zijn gepubliceerd, en waar leden tot 4 januari op kunnen reageren.


Zo speelt de lokale afdeling als plek waar leden bij elkaar komen om elkaar te ontmoeten en te discussiëren geen enkele rol waar het gaat om landelijk belangrijke zaken, zoals het verkiezingsprogramma, het beginselprogram of belangrijke beslissingen die kamerfracties, eurofractie of partijbestuur moeten nemen. De informatievoorziening is top-down gehuld in PR-jargon. Een discussieplatform of ledenblad wordt niet voorgesteld. Er worden wel netwerken op politieke thema’s ingesteld, maar die hebben geen enkele status.

Laagdrempelig disussiëren

Met John Hontelez heb ik gebrainstormd over veranderingen die in het inspraakproces kunnen worden voorgesteld om de fusiepartij een democratische ledenpartij te laten zijn. De essentie van onze voorstellen is te promoten dat leden weer gestimuleerd worden om met name op afdelingsniveau laagdrempelig te discussiëren over de koers en het optreden van de partij. Nu gaat in feite bijna alles via de computer, individueel. En die discussies zouden dan ook relevant moeten zijn voor hoe de partij wordt (bij)gestuurd. Daarmee motiveer je leden om naar afdelingsvergaderingen te gaan, ook al zijn ze wat minder geïnteresseerd in de details van lokale politiek, maar meer in de grote vragen.

Elk lid kan via de website tot en met 4 januari 2026 wijzigingsvoorstellen doen of commentaar leveren op de concept-statuten en het concept-reglement. Hieronder wat suggesties.

Ledenparlement

Voorgesteld wordt om een geloot ledenberaad (art. 22 Statuten, art. 19 reglementen ) in te stellen dat door het partijbestuur ten minste eens per jaar wordt ingezet. Deze top-down benadering is natuurlijk heel iets anders dan een ledenparlement of een partijraad die de PvdA en GroenLinks in het verleden hadden.

Zo’n ledenparlement bewaakt tussen de congressen door in essentie of de besluiten van de congressen worden uitgevoerd en geeft het partijbestuur en de landelijke en Euro-fracties advies over actuele kwesties. Belangrijk daarbij is dat de leden van zo’n ledenparlement een achterban hebben. Bijvoorbeeld één vertegenwoordiger per afdeling, maar dat zouden er dan wel zo’n tweehonderd zijn, en dat is weer erg groot. Maar is dat onmogelijk? Als het vier keer per jaar bij elkaar komt? Andere ideeën zijn ook welkom. Zoals bijv. vijf leden per provincie.

Netwerken

Er worden netwerken voorgesteld in de nieuwe statuten (art. 33). “Netwerken zijn samenwerkingsverbanden die actief zijn rond een politiek thema, een onderwerp waarin zij deskundig zijn en/of op basis van aspecten van hun identiteit, zoals gedeelde achtergrond, ervaring of positie in de samenleving.” Het partijbestuur beslist welke netwerken er zijn en hoe ze (mogen) werken. John Hontelez is lid van het milieunetwerk, en vindt dat een onbevredigende situatie. Het is beter de netwerken om te vormen naar commissies, met een structuur, een budget en ook een adviserende rol naar het congres en de landelijke en eurofracties, en het recht om amendementen in te dienen op het landelijke verkiezingsprogramma. Commissies kunnen voorafgegaan worden door initiatiefgroepen. Als ze eenmaal door het congres (i.p.v. het partijbestuur) zijn erkend, hebben ze een mandaat en middelen.


Direct contact tussen leden faciliteren

Vier jaar geleden hebben Joost Lagendijk, Gied ten Berge en wij (John en Leo) een discussie op gang gebracht over het standpunt van de TK-fractie over vaccineren in coronatijd. We moesten 150 handtekeningen hebben om een partijdiscussie aan te vragen. Dat was niet simpel, want hoe bereik je leden? Daarom dit voorstel: elk lid wordt gevraagd of zijn/haar email adres opgenomen mag worden in een platform waar leden initiatieven kunnen voorstellen. Leden kunnen dan reageren en met die leden wordt dan een discussiegroep gevormd. Het platform zelf mag niet voor die discussie gebruikt worden (om ondersneeuwen met e-mails te voorkomen) maar er mag nog wel een keer een resultaat gepresenteerd worden. Elk lid kan op elk moment beslissen om zich uit te schrijven of (weer) in te schrijven in dat platform. Het platform wordt beperkt gemodereerd om misbruik te voorkomen. Wat misbruik is moet natuurlijk nader gedefinieerd worden.

Referendum

Art. 15 van de statuten stelt leden in de gelegenheid om een referendum aan te vragen, maar 10% van het ledenbestand moet dat steunen. Dat zijn dus in het huidige geval van ca. 100.000 leden (dubbel leden niet meegeteld) 10.000 leden!  Dat is een hele hoge drempel en zal in de praktijk alleen maar tot stand komen als de partij zo’n beetje op ontploffen staat. Die drempel moet dus omlaag, bijv. naar 1%.  Als er een goed functionerend ledenparlement komt is deze vorm van corrigeren wellicht niet meer zo belangrijk. Als zo’n ledenparlement er NIET komt, zou er toch ook een mogelijkheid moeten zijn om partijdiscussies aan te vragen, wat minder ver gaat dan een referendum. Bij Groenlinks is de limiet 150 leden. Als zo’n platform als hierboven bestaat mag die limiet best wat omhoog, bijvoorbeeld tot 500 leden.

Afdelingen weer relevant maken

De meeste mensen worden lid vanwege de landelijke politiek. Vroeger ging je dan naar de lokale afdeling om (ook) over het landelijk beleid van de partij te praten. Dat heeft nu geen zin, de link tussen het lokale niveau en het landelijke is doorgesneden, deelname aan landelijke debatten is geïndividualiseerd en vindt grotendeels achter je computerscherm plaats. Afdelingen moeten weer relevant worden en het recht krijgen om amendementen en moties in te dienen op het landelijke congres. Een bescheiden drempel kan ingebouwd worden, bijv. als twee andere afdelingen mede-ondersteunen. Leden van een afdeling die naar een congres gaan moeten dan ook het recht krijgen namens die afdeling te spreken.

Ledenblad

 Onderlinge informatie, beschrijving van succesvolle partij-initiatieven, ledenbinding en discussie verdienen een ledenblad. Dat krijgt meer aandacht in de huiskamer van de leden dan een eventuele digitale informatievoorziening, die bovendien, zoals nu, propagandistisch eenrichtingsverkeer is. Zo’n ledenblad heeft een redactie met een redactiestatuut dat onafhankelijkheid van het partijbestuur en de landelijke en eurofracties garandeert.

Kortom, op naar een democratische ledenpartij!

 

 

maandag 15 december 2025

GroenLinks en PvdA op weg naar één ideologisch (t)huis?

Het fusieproces van GroenLinks en PvdA draaft onverdroten voort. Slechte verkiezingsuitslag. Verdere daling in de peilingen. Een doods partijleven. Geen sprankelende initiatieven. Voor wat het waard is: de laatste twee berichten op de Facebookpagina (6100 volgers!!) dateren van 4 december en 12 november.

Maar niet wanhopen! Er is een nieuwe mijlpaal bereikt, zo is in de email te lezen die de ruim 100.000 leden onlangs van beide partijvoorzitters ontvingen. Volgens hen ‘zijn we zijn klaar voor de volgende stap. We hebben alles in huis om het verschil te maken.’ En presenteren zij ‘met trots de basis voor de nieuwe partij: het beginselprogramma, de statuten en het huishoudelijk reglement.’


Samen vooruit

Aan dat beginselprogramma heb ik al eerder een blog gewijd. Afgelopen zaterdag (13 december) was er een bijeenkomst in Utrecht over dat beginselprogramma. Althans, niet over de (concept)tekst die nu is gepubliceerd, maar over tien ‘ideeën voor de nieuwe rood-groene beweging’ die gepubliceerd zijn in het boek Samen Vooruit. In het voorjaar werd er een essaywedstrijd uitgeschreven door de wetenschappelijke bureaus van GroenLinks en PvdA, en de tien winnende essays zijn in dit boek gebundeld. De tien winnaars waren uitgenodigd op de bijeenkomst om hun ideeën verder toe te lichten en deden dat met verve. Vanuit zeer verschillende invalshoeken werden zeer verfrissende, vernieuwende en radicale zienswijzen gelanceerd.

Het gaat te ver om hier een overzicht te geven van al die bijdragen. Het boek(je), 96 blz., is voor €7,50 verkrijgbaar bij de boekhandel en bij uitgeverij Van Gennep (zie link hierboven).

Financieel kapitalisme

Maar enkele opmerkelijk zaken wil ik er wel uitlichten. Allereerst het toch wel veelbetekenende feit dat de samenstellers van het beginselprogramma weinig tot praktisch niets hebben gedaan met de geleverde ideeën, zo bleek uit de woorden van de tien essayisten.

Zo waren er pleidooien om in het beginselprogramma de grote problemen van deze tijd én de oplossingen die links daarvoor heeft véél radicaler te omschrijven. En als fusiepartij te werken aan draagvlak voor die oplossingen door een verbinding te zoeken tussen de twee benaderingen die PvdA en GroenLinks zouden karakteriseren. Namelijk dat de PvdA meer gericht is op directe belangenbehartiging en GroenLinks het grotere, toekomstgerichte perspectief zou belichamen.

Een andere bijdrage bekritiseerde het gemis in het beginselprogramma van de analyse van het financiële kapitalisme dat langzaam maar zeker dominant is geworden: het scheppen van geld en financiële producten door particuliere banken, waar geen enkele materiële basis (grond, gebouwen, machines, grondstoffen) aan ten grondslag ligt. De macht van deze financiële instellingen lijkt onbegrensd bediend te worden door overheden en stevig gelieerd aan Big Tech. Denk alleen maar aan de miljarden die in de ontwikkeling van AI worden geïnvesteerd.

Een ander essay sloot aan bij de ideeën van de Franse sociaal Jean Jaurès (1859-1914), die gezien werd als een wegbereider van een meer verenigd links in Frankrijk en de partij niet alleen zag als een voertuig om aan verkiezingen deel te nemen, maar vooral ook om buiten het parlement mensen te organiseren op hun gerechtvaardigde belangen. Zo zou links in de huidige tijd de verbinding tussen economisch links en cultureel rechts, de reuzebubbel waarin een groot deel van het electoraat zich in bevindt, tot stand kunnen brengen.

Andere bijdragen richten zich o.a. op ecosocialisme als leidend beginsel, het buurtgericht werken als middel om de kloof te dichten en het scheppen van de voorwaarden om mensen met een beperking de regie over hun eigen leven te geven. Ook de marxistische analyse van Big Tech moet als zeer verfrissend worden genoemd.


Eén ideologisch huis?

 Opvallend was nog de peiling die aan het begin van de bijeenkomst plaatsvond. Gevraagd werd door de dagvoorzitter wie zich kon vinden in het onlangs gepubliceerde concept van het beginselprogramma. Van de ca. tachtig aanwezigen staken vijf mensen hun hand op. Gedurende de gedachtewisseling over de tien essays werd me duidelijk dat er onder de aanwezigen behoorlijk wat kritiek was op het beginselprogramma en het gebrek aan ledendemocratie.

Deze bijeenkomst heeft me geleerd dat er iets fundamenteels schort aan het beginselprogramma. Het is immers geen programma voor een nieuwe partij, maar van twee partijen met een eigen geschiedenis, van elkaar verschillende ledenbestanden en tradities dan wel beginselen. Het is dan logisch om eerst deze politieke wortels van beide partijen te beschrijven en te onderzoeken waar ze overeenkomen en waar ze verschillen. En om van daaruit de beginselen voor de fusiepartij te formuleren. Op deze manier krijgt dat nieuwe document ook een scholingsfunctie voor de vele nieuwe en jonge leden. Want dat nieuwe beginselprogramma heeft uitsluitend een interne partijfunctie: de leden van twee verschillende partijen één ideologisch (t)huis bieden.

Taai, saai maar wel belangrijk

Beginselprogramma, statuten en reglement van de fusiepartij-zonder-naam zijn gepubliceerd op internet en hier is ook de mogelijkheid om daar op te reageren voor 4 januari 2026. Als gemeenteraadslid (in Bussum en Amsterdam) werd ik altijd pissig als B. en W. weer eens een inspraakronde hield in de zomervakantie of in de periode rond kerstmis en nieuwjaar…

In het volgende blog reageer ik op de statuten en het reglement van de fusiepartij-zonder-naam. Taai, saai, maar wel van belang als je tenminste een democratische ledenpartij wilt.